Van de.Zeü-sleen.
ï j 8 Inleiding tot de algemeene Géographie ,
byde Admiraliteit gebruikt men de volgende Regel: In een Fluitof Fregat vermenigvuldigt men de lengte binnen Stevens, door dewydte, en de uitkomst wederom vermenigvuldigt, door de diepteof holte, na dat eerst; bet vierdendeel van 't Deks hoogte daar bygedaan is ; de laatste uitkomst deelt men door 300 ctrbicq voeten,die, in dit geval, voor een Jast gereekent worden -, dan vind men’t begeerde. Men heeft te Amsterdam, volgens de gemelde order,een Fluit gemeeten , die bevonden wlerd binnen Stevens lang texyn 110 voeten, de wydte 28 voeten, çtduim, de holte 11 voeten,de hoogte van ’t Dek 6 voeten , 8 duim: volgens de voorgaandeRegel was dan de grootte van ’t Schip 132^ last. Het zelfde Schipwierd ook gemeeten, volgens de order, die op deeze plaats ingebruik isby de Weftindische Compagnie; men vond de lengte overSteven 115 voeten , 5 duim , de wydte 29 voeten , 8 duim , deholte 13 voeten, 1 duim, de hoogte van ’t Dek 6 voeten, 8 duim;dit laatste word by de holte geteld , de zom vermenigvuldigt doorde lengte, de uitkomst door de wydte, ’t laatstgevonden getal door4.00 gedeelt, een vierdendeel van de laatste uitkomst afgetrokken,zo is de rest een weinig meer als 1271 Last : voor de grootte van ’tSchip, ’t welk omtrent ^deel met het voorgaande verscheelt, eenFregat gemeeten, volgens ’t gebruik van de Admiraliteit, was langbínnen Stevens § 8 voeten, 3 duim, hol 10voeten, 3 duim, ’tDek4 voeten, 6duim, de grootte, door de gemelde manier, wat min-der als 8i T t Last: door de order van de Weftindische Compagnieis het zelfde Schip gemeeten, lang over Steven 94 voeten ; de wydte25 voeten, 6 duim; de holte iz voeten, 1 duim; ’tDek 4voeten,6 duim ; dan vind men ’t zelve een weinig meer als 74^ Last.
3. Van de Zeilfteen,
Hoe bezwaarlyk zou het zyn , by dag of by nagt, als men eenlangen tyd een regenagtig weêr had, om een zekere koers te hou-den , die noodig was om ’t oogmerk van een Reis door de grooteZee te voldoen ; want als men daar geen Zon, Maan, of Sterrenziet, dan zou men niet kunnen weeten, na welk een weg dat menzeilde, indien een der Eigenschappen van den Zeilsteen dit gebrekniet nagenoeg vergoede. Al van Ouds was deZeilfteen bekend; dezelveheeft veel overeenkomst met het Yzer en Staal. Plmius heeft uaNtcan-