os Aardryh-beschryvìnge. 16 r
!Thevenot getuigt , dat hy een Bries gezien heest, geschreevenin ’t Jaar 1269, waaruit bleek, dat de Zeilsteenige Naald doe5 graaden van ’t regte Noorden na het Oosten afweek (v) ; demeeste willen evenwel, dat Johannes de Goya van Amelphi, omtrenthet Jaar kzoo, eerst het Compas in gebruik gebragt heeft. Als de-Lely van ’t Noorden na ’t Oosten afwyktj dit noemt men Noord-oostering, en van ’t Noorden na ’t Westen, Noordweltering: eenStuurman van Dieppe, genoemd Crignon , schreef in’t Jaar 15Z 2,over de afwyking van den Naald, die aan de Zeilsteen gestreekenwas Qy) ; in ’t Jaar 1536 vond Hartman die, in Duitsland, iQigraad Qz) ; en eindelyk ontdekte men , dat de miswyzing van ’tCompas , op een zelfde plaats , niet altyd eveneens bleef ; maarvan tyd tot tyd veranderde ; ’t welk men ten deele aan Gajsendusverschuldigt is (a) : om nu de veranderingen, die in ’t vervolg van tydzouden voorvallen, beter te merken, zoo heeft de Heer Halley eenKaart gemaakt, waarin de miswyzing, in alle degrooteZeën, van60 graaden Noorder tot 60 graaden Zuider Breedte gevonden word,Zoo als die geweest is in ’t Jaar 1701 -, de linien van de miswyzing,in de groote Zuidzee, waren eerst regt ; dog in een andere Kaart,die naderhand, onder’topzigt van den laatstgemelden Heer, gemaaktis, zyn ’t kromme linien (£); twee of drie linien waren, in die tyd,op de Aarde, daar men geen miswyzing had; de eerste ging doorSina , Luconia en Nieuw Holland ; aan de Oostzyde was Noord-oostering, en aan de Weslzyde Noordwestering ; de linien dermiswyzing, die van 5 tot 5 graaden in de Kaart zyn, loopen metwonderlyke bogten; ’twelk eensdeels kan komen, om dat men opZee de lengte zoo naukeurig niet kan weeten ; en ten anderen, omdat alle de Waarneemingen van de miswyzing niet even net zyn:en al was het, dat men op de Zee nagenoeg de kromme liniender miswyzing in een geschikte order vond, zoo twyffel ik, of ophet vaste Land dit wel geschieden zou ; want men heeft ’t onder-is 2 von-
(2-) In zyn Recueil, de Voyages, pag. 30, Par. i 6 g: , verhaalt hy , dat hy zulksgeleezen had in een Manuscript, daar van de Titel was, Epifiola Petri Jdfigern inJ u Pyr rationibus Natura Magnetis .
CO Histoire de l’Acad- des Scienc., Ao. 1712, pag. 23, Amsi. 1715.
Mujjcbenbroek Differt. de Magnete, pag. iyt. •
ij!) Histoire de l’Acad., Ao. 1712, pag. 24. \
iP) Natuurkundige Aanmerkingen uit de Eng. Transact,, Amst. 1734.