•veerkragtige Lighamen. 45
is aan BD , ral EB evengelijk zijn aan AD, en derhalve zal de vi. u$Snelheid van het lighaam B na de Aanbotsing evengelijk zijn aande Snelheid, die liet andere lighaam A voor de Aanbotsing had.
IV. GEVOLG.
Indien de lighamen A en B (Plaat IV. Fig. 16.) nog ondersteld ^Lijnde evengelijk te wezen, naar elkander bewegen in tegenstrijdige ' g 'Streken, zullen ze na de Aanbotsing naar tegenstrijdige kanten vanelkander afwijken, hunne Snelheden verwisselende: want dewijl ACevengelijk is aan CB, en CE aan CD, zal AC—CE (dat is, AE)evengelijk zijn aan CB — CD, of BD. Derhalve zal de Snelheidvan het lighaam A na de Aanbotsing evengelijk zijn aan de Snelheidvan het lighaam B voor de Aanbotsing. Daarenboven, omdat EAevengelijk is aan BD, zal AD ook evengelijk zijn aan EB; maarAD was de Snelheid van het lighaam A voor de Aanbotsing, en EBis de Snelheid van het Lighaam B na de Aanbotsing, hetwelk de waar-heid van ’t Gevolg bewijst.
36. Uit een beschouwing van de voorgaande Gevolgen kan men hetstuk gemakkelijk tot de Praktijk brengen; en wanneer de manier isaangewezen om te vinden, welke de Snelheden van veerkragtige lig-hamen na hunne Aanbotsing zijn zullen, kan men alle de bijzonderegevallen tot Getalen brengen ; maar we zullen de zaak nu met eenigeweinige Proeven bewijzen, en den weetgierigen Lezer een algemeeneUitrekening volgens de Stelkunst in de Aanteekening meededen (12).
I. PROEF.
De ij voren Bal A ( Plaat V. F'ig. 1.) wegende twee Oneen, komt pl. v.met de Snelheid 16 tegen den ij voren Bal B, die twee Oneen weegt, F ‘ s ' lsen in Rust is. Na de Aanbotsing gaat B voort naar b met de Snel-heid 16, blijvende den aanbotlènden Bal A na de Aanbotsing in Rustop de plaats van B. Dit
aan bet end van de Les volgt, waarom de\ rekening volgens de Stelkunjl aldaar na tsweetgierige Lezer verzegt wordt de Uit -1 zien. ]
F3