2$o Werking van Lugt op Water
ix. Les. loopen in de onderste Kom, donder hoog genoeg te rijzen, om hetileufje G te floppen.
p l . ip. Het volgende Fonteintje AB {Plaat XXVII. Fig. 9.) is niets
xxvii. an d C rs, dan hetzelfde Fonteintje in ’t groot, hetwelk in ’t klein is,£ ' i> ‘ vertoond in de 9 de Figuur van Plaat XV., en verklaard in de VII.Les N°. 26. Proef XXIV. bladz. 166., alwaar de Lugt boven hetWater verdikt wordt. Het verschil bestaat alleen hier in , dat deLugt in het eerste Fonteintje verdikt wordt met ’er in te blazen,terwijl ze in dit laatste samengeperst wordt door middel van eenSpeuit (in ’t vervolg te beschrijven) en de Lugt en ’t Water opge-houden worden door de Kraan C, zoodat liet Fonteintje niet kanspringen, voordat de Kraan open gedraaid worde. Het Water dan,sterk geperst wordende door de verdikte Lugt in 88, gaat door dePijp O en het Sprong-pijpje b met groote Kragt op in Stralen vanverscheiden gedaantens, naardat ’er Sprong-pijpjes in b opgezet wor-den.
20. Gelijk hier de Lugt íàmengeperst wordt door middel van eenPt. Speuit, zoo wordt ze in het Fonteintje van Plaat XXVIII. Fig. 1.,XX vm. door Her o van Alexandrine uitgedagt, alleenlijk íàmengeperst door,g ' z " een verborgen Water-val, en maakt een Straal, die een wijl tijdsgezien zijnde, van onkundigen voor een eewigdurende Bewegingwordt gehouden, zig verbeeldende , dat hetzelfde Water , hetwelkvan den Sprong neergevallen is, weer opgaat.
De Bakjes CE en DYX digt zijnde, ziet men alleenlijk de KomABW met een gaatje in W, waarin het Water, dat uit B springt,neervalt; maar dat Water, naar beneden loopende door het gaatjeW, komt niet weer naar boven in W, gelijk het aan onkundigenschijnt te doen : want het loopt naar beneden door de Pijp W X inhet Bakje DYX, waaruit het de Lugt drijft door de opgaande PijpYZ in de holte van het Bakje CE, alwaar ze persende op het Wa-ter, dat ’er in is, hetzelve uitdrijft door de Sprong-pijp OB zoolang, als ’er eenig Water is in CE. Dus duurt deze Speling maar zoolang, als het Water, bevat in CE, uitgelpeuit zijnde, naar benedenloopt door de Pijp WX in de holte DYX. De Kragt van denStraal is evenredig aan de hoogte van de Pijp WX, of van de Bak-