Band 
Tweede deel.
JPEG-Download
 

256

Werking van Lugt ep Water

IX. Les. kring, zal de Lugt in ’t Bolletje zig nog meêr uitzetten, en dus nogmeêr Water uit het Stiftje drijven, waardoor het Bolletje, nog lig-ter wordende, naar boven zal gaan, alwaar het zal blijven. Dewijlmen liet Water in ’t Stiftje van het Bolletje kan zien rijzen, wanneerhet Bolletje naar beneden gaat, en zien zakken, wanneer het Bolletjeopgaat, heeft dit Verlchijnièl geen verdere verklaring noodig.

XIV. PROEF.

25. Indien een Bolletje, een weinigje ligter, dan Water, Glas-digt gezegeld werd, zoodat het zijne ioortonderseheidende Zwaarteniet kon veranderen, zou het egter rijzen en dalen in Water, wan-neer het Water meer of minder dik werd door koude en hette. Neem

Pt. zes kleine glazen Bolletjes i, 2, z, 4., 5 en 6 (Plaat XXIX. Fig. 2.)met àà Stiftjes. Doe ’er zooveel Water in, dat ze alle ligter zijn,dan koud Water, en elk van een verschillende Zwaarte, maar zoo-danig , dat het ligtste kan zinken in Water, hetwelk zoo warm ge-maakt is, als de zon het kan verwarmen. Zegel ze dan glas-digttoe. Alle deze Bolletjes in een hoog Glas met koud Water A B leg-gende, en hetzelve in de zon zettende, zullen ze, het ééne na ’t an-dere, zinken, wanneer het Water warm wordt; omdat, de Middel-hof minder en minder dik wordende, het zwaarste Bolletje eerst moetzinken enz. Dit kan men een Waterwegers Thermometer noemen,en zulk eene is ’er te Florence gemaakt.

26. Ontrent twee en dertig járen geleden, deed de eerwaarde enen geleerde Heer John Caswell , toen ter tijd Hoogleeraar in de Ster-renkunde te Oxford , mij het volgende Voorftel van de Waterwe-ging.

Wan -■

(7) ’Tgeen hier vereist wordt, is hetFig- J. Bolletje B PlaatXXÏX. Fig. 3. naar dengrond te doen gaan in b , en het BolletjeA op te doen komen tot a , door Wa-ter uit het Glas I te gieten in het GlasCD. Hier toe moet men het WaterED zeer zout maken, en het Bolletje B,wanneer het zooveel met Water belast is,

dat het maar even drijve in 't Water ED,glasdigt zegelen, zoodat het kan zinken,zoohaast de Middelstof dunner worde doorhet bijgieten van Water. Het Stiftje van’t Bolletje A , dat maar pasjes foortonder-scheidenlijk zwaarder gemaakt is, dan hetzoute mengsel, moet open blijven. Deverwisseling van plaatsen zal geschieden ,

door