Zee - peiler , 283
een diepte van 40 Voet Water. De Kraan van de Boven-plaat ge-opend , en ’er de Lugt uitgelaten zijnde, werd het Werktuig uit hetWater genomen, en aan het vettige merkteeken, dat de Stroop bin-nen in de Buis had nagelaten, zag men, hoe hoog de Kwik in dePeil - buis gerezen geweelt waar.
Dr. Hales heeft sedert meer Proeven van die natuur genomen, eneen anderen Zee - peiler voor zeer groote dieptens voorgefteld, waar-van we hier onder in de Aanteekening een berigt zullen geven (9).
Van
„ ééncn Dampkring, zal het Water zoo,, hoog rijzen, dat het net de helft van„ de Buis vuile; maar indien het Water,, hooger, of lager , rijst , dan half we-,, ge , zeg dan volgens den Regel van„ Drien, gelijk het getal, waar toe het,, Water rijst, is tot één, zoo is drie en,, dertig tot het getal van Voeten, me-,, tende de diepte van de vereiste Ko-,, lom. Bij voorbeeld, onderstel, dat het,, Water (wanneer de Buis drie en der-„ tig Voet is neergelaten) maar negen„ Tienden van de helft van de Buis rijst,,, zeg dan , 9 : 10 : : 33 : 36s Voet,„ de diepte van elke Kolom, welke eens„ bekend zijnde, moet het getal vanWa-,, ter - kolommen vermeenigvuldigd wor-„ den door dit getal van Voeten , waar,, door de diepte van de zee in Voeten,, bekend zijn zal.
,, 4. Maar dewijl de Lugt, wanneer het„ Werktuig tot de diepte van negen en,, negentig Voet neergezakt is, famenge-,, perst zijn zal in het ^ gedeelte van,, vijf Duim, dat is, een halven Duim,,, zullen de verdeelingen eenige hoogte„ boven en beneden deze zoo klein zijn,„ dat het verschil van verscheiden Ko-,, lommen diepte van Water niet te mer-,, ken zal wezen. Dus zou een Werktuig„ van geen grooter lengte, dan dit, be-„ zwaarlijk een naaukeurige schatting ge-„ ven van een halve [Engelse 1 Mijls diep-,, te, dat is, 2640 Voer , of tagtig Ko-„ lommen diepte van Water. Het ver-„ lengen derhalve van dit Instrument tot
„ vier, vijf, of tienmaal zijne lengte zou,, dit te gemoet komen, en het verschil„ van de Graden van daling op dit Werk-,, tuig zigtbaarder maken ; maar dewijl„ het niet doenlijk is een metalen Buis,,, van zoo groote lengte te maken ; of„ dezelve, indien ze gemaakt werd, zoo„ moejelijk te zwajen zijn zou , dat ze„ ligtelijk zou breken, wordt ’er voor-„ gesteld deze zwarigheid op de volgen-,, de wijs te gemoet komen.
,, 5. Men neme een kloots lighaam van„ rood Koper, welkes ínhoud evenge-,, lijk zij aan negenmaal den Ínhoud van,, de metalen Buis. Laat dit klootfe lig-„ haam stijf vast geschroefd worden aan„ de metalen Buis met een lederen Kraag,„ wel geweekt in de ééne of de andere,, vettige stof, om die Voeg op de krag-„ tigste wijs te beveiligen.
„ 6. Daar moet een gat wezen in den„ bodem van den koperen Bol, kornen-,, de over een metalen Buis, aan dat gat,, gesoldeerd , welke Buis drie of vier,, Duim lang moet wezen, om gestoken,, te konnen worden in een bekwaam me-,, talen bakje , gevuld met eenige ge-„ verfde vettige stof, bij voorbeeld Olij,„ of iets dergelijks , welke foortonder-,, scheidenlijk ligter zijnde , dan Zeewa-,, ter, daar op drijven, en gevolgelijk den,, binnenkant van de ijzeren Buis befme-,, ren zal ter hoogte, waartoe het Wa-„ ter in dezelve was gerezen. Om die„ hoogte te konnen weten, moet ’er eenNn 2 ,, dunne
IX.