Band 
Tweede deel.
JPEG-Download
 

van Vloei ft o f en. 287

een zekere Kragt vereist wordt, om de deeltjes uit hare plaatsen te ix.verschuiven, om het iighaam door te laten. liet Iighaam werkt op de

deelen,

„ in 17 Sekunden op den grond kwamen,,, en dat de losgelaten houten Bal in nog,, 17 Sekunden weer boven kwam; zop-j, dat het gemelde Werktuig, indien het,, tot grooter diepten?daalde, en rees met„ dezelfde Snelheid, de diepte van een„ Mijl zou bereiken in 17 Minuten, en,, in zulk een tijd weer oprijzen ; maar,, dewijl de Boei lchielijker tot de Opper-„ vlakte van ’t Water kan wederkeeren,„ dan ze gedaald was, zal de Schatting,,, die men maakt uit den tijd , dien het,, Iighaam onder Water blijft, zeer on-,, zeker wezen. Evenwel , indien men„ ze dikwijls vergelijkt met de Schatting,,, die men maakt uit de hoogte van’t Wa-3, ter in de Peil - buis, zou men daar mis-,, schien een Regel uit konnen opmaken,,, vooral indien het geheele Werktuig al-„ tijd hetzelfde was, en ’t Zink-gewigt3, van dezelfde zwaarte en grootte. On-,, derstel bij voorbeeld, dat het Zink-ge-s, wigt geborgen werd in rolronde aarden„ vaten, die alle evengroot over ’t Kruis3, waren.

,, 22. Dat de zee niet vele Mijlen diep„ is, is daaruit Waarfchijnelijk, dat ’er in,, alle de groote Oceanen hier en daar„ eilanden verspreid zijn. Schoon dan„ zoo ver, als het Diep-lood kan rei-,, ken , de zee dieper en dieper worde3, bevonden, hoe men verder van ’t strand3, afwijke (schoon met eenige oneffen-3, heid ) hetwelk waarlijk een groote diep-3, te zou worden , indien het zoo voort-3, ging van het ééne strand van den groo-,, ten Oceaan tot den anderen, bewijzen„ de tussenbeide leggende eilanden, dat3, het dus niet met de zaak gelegen is.

„ 23. Indien men onderstelt , dat de„ fee van ’t strand af ontrent in dezelfde„ Evenredigheid verdiept , als het land3, van ’c strand af rijst , zoo zal naar de

„ volgende schatting de grootste diepte,, van de zee niet boven de vijf of zes„ Mijlen zijn: want dewijl flawe rivieren,, bevonden worden een Val te hebben„ van ontrent een Voet op een Mijl, zoo,, zal, indien men onderstelt, dat de Ri-„ vier Niger in Afrika (die ééne der lang-,, ste rivieren is van de gantse weereld ,„ en ontrent 2400 Mijlen lengte door-,, loopt) een Val heest van ontrent vier„ Voet opeen Mijl , zoo zal, zeg ik,,, derzelver geheele Val van haren oor-„ sprong af tot hare ontlasting in de zee„ 1,81 Mijl wezen. Indien haar Val is,, tegen zes Voet op een Mij!, zal haar,, geheele Val wezen 2,72 Mijlen ; in-,, dien agt Voet op een Mijl , zal haar„ geheele Val 3,72'Mijlen zijn. Indien,, de Val gesteld wordt tegen tien Voet,, op een Mijl, zal de Val van de rivier,, wezen 4,54 Mijlen, hetwelk veel toe-,, gegeven is, en daarom wel in mag slui*,, ten de hoogte van de toppen der ber-„ gen , aan welker kanten de Bronnen,, voortkomen, wordende de hoogste ber-„ gen geschat naaulijks gedeelte te„ zijn van de halve Middellijn van den,, Aardkloot. Indien men onderstelt, dat„ de geheele Hoeveelheid van aarde, die,, boven het Waterpas van de Opper-„ vlakte der zeen is , evengelijk is aan,, het geheele Volumen der Wateren, die,, in de Kom der zeen is, zoo moet, de-,, wijl de som van ’t Volumen derzeen veel,, grooter is, dandefomvandeOppervlak-,, te van al de aarde op den Aardkloot, de„ algemcene diepte van de zee derhalve,, veel minder zijn , dan de algemeene,, hoogte van de aarde boven de Opper-,, vlakte van de zee.

„ 24. Tegen deze manier van de diep-,, te van de zee te peilen mag men met„ reden inbrengen, dat schoon het door„ ondervinding blijke , dat de Lugt. in

,, kleiner