324 Barometer van Huigens.
X. Les. Duim Kwik in SL. Derhalve komt het op één uit, of de Kwik LLgeperst worde door een Duim Kwik LS, of door 14. Duim WaterG L. Hierom moet men de ware hoogte van de Kolom beginnen temeten in de gestipte Lijn IS. Laat het Water staan op de hoogte G,wanneer de Kwik staat in K. Indien het Water in de Pijp rees terhoogte van N, en de Kwik in de bovenste Rol zakte tot R, en inde benedenste maar rees tot S, zou de waare hoogte van de Kwik we-zen IR—IM, onderstellende, dat IM de hoogte heeft van T V ge-deelte van SN, zoodat de ware hoogte zijn zou MR. Nu moetmen de Evenredigheid bepalen, die 'er is, tussen het verschil der hoog-tens van de Kolommen van Kwik IK en MR, die overeenkomenmet de hoogtens van het Water in G en N. Zie de Uitrekening Jiier-van in ’t kort volgens, de Stelkunst in de onderstaande Aanteeke-ning (4.) maar hier wat uitvoeriger ten gevalle van zulken, die deStelkunst niet verstaan.
Men onderstelle, dat onze Dampkring zijne minste Zwaarte heest,dat hij bij voorbeeld even zwaar weegt, als 28 Duim Kwik in dePijp van de gemeene Barometer. Laat de lengte van de Pijp NCwezen 28 Dmm , en laat ze geheel vol tot N met Water gevuldzijn. Dan zal het gewigt van deze 28 Duim Water evengelijk zijnaan ’t gewigt van twee Duim Kwik. Derhalve zal het gewigt vanden Dampkring, persende op N, en evengelijk zijnde aan 28 DuimKwik met het gewigt van ’t Water N C een Persing maken , even-gelijk aan 30 Duim Kwik , zoodat de hoogte van de Kwik in de
Rol
(4) Laten we de Middellijnen van deRollen HO en CP noemen a, en de Mid-dellijn van de Pijp CN noemen d. Danzal het gewigt van den Dampkring wezenL G
VK-. Op gelijke wijs heeft men
H
SN
MR = RI-. Het Water, dat in de
14
benedenste Rol de Ruimte LS vult, rijstin de Pijp tot de hoogte GN. Gelijkdan het Vierkant van de Middellijn van'de Rol CP is tot het Vierkant van deMiddellijn van de Pijp CN : : zoo is de
hoogte GN tot de hoogte LS, dat is,a a : d d : : GN : LS. Derhalve is
LS = ————hetwelk ook evengelijk is
aa
aan KR. De Kolom RI is — VK—2 KR,en, indien men, in plaats van KR,neemt
derzelver gevonden Hoegrootheid ■
zal men krijgen RI = VKSN
aazddCN
H
De Kolom SN-
aa
LG is evengelijk
aan GN—LS, omdat ze beide te gelijk
zijn
\