Barometer van Huigens. 325
Rol HO en in de Pijp OMP zijn moet 30 Duim boven de Op- x.pervlakte van de Kwik in de Rol OP.
In deze redenkaveling heb ik ondersteld, dat het Water, hetwelkzakt in de Pijp NC geene plaats in hoogte bestaat in de Rol OP( hetwelk waar is, wanneer de holligheid van de Rol O P oneindiggrooter is, dan die van de Pijp N C) en dan moet het Water in dePijp NC een Beweging hebben van 28 Duim, wanneer de Kwik inde gemeene Barometer twee Duim beweegt. Het Water rijst in dePijp NC des te hooger, hoe de Persing van den Dampkring minderzij, en de Kwik zakt des te meer in de gemeene Barometer. Inte-gendeel zakt het Water in de Pijp N O, wanneer de Persing van deLugt toeneemt, en de Kwik rijst in de Pijp van de gemeene Barome-ter ; zoodat de Bewegingen van rijzing en zakking van ’t Water in dePijp N O net liet omgekeerde zijn van de rijzing en zakking van deKwik in de Pijp van de gemeene Barometer.
Om geen meer onderstellingen te maken, laat het Water werke-lijk zakken, en uit de Pijp NC gaan in de Rol OP. Wanneer deDampkring zwaarder wordt, zal het Water eenige plaats bestaan,en gevolgelijk zal de Kwik opwaarts geperst worden uit de Rol C Pin de Rol II O. Indien het Water van de Pijp de Kwik neerperstevan S tot LL in de benedenste Rol, zou de Kwik ook loopen inde bovenste Rol, en tot een hoogte rijzen, evengelijk aan S L, datis, indien de Kwik te voren gestaan had op de hoogte R R, zou zedan rijzen tot de hoogte KK, waar door het gebeuren zou, dat de
geheele
zijn =0: want SN is=LG,en GN = LS.Indien men derhalve, in plaats van LS,de gevonden Hoegrootheid stelt, zal men
krijgen SN — LG=GN —De-
a a
ze Hoegrootheden moet men stellen in deplaats van het gevonden Verschil, en dan zal, .. zddGN GNfla—ddGN«ïen krijgen
idd GN
aa
SN-
LG
14 aa
_ Indien men
aa 14
dit dan bewerkt volgens de gewone Re-gelen van de Stelkunst, zal men krijgen
28 í 2áGN-f-aflGN . ,
-—= aan de hoogte van
i4«a °
de Kwik, welke het Verschil aanwijst van’t gewigt van den Dampkring, wanneerhet Water staat in G en naderhand in N ;maar de Reden van de hoogte van ’t Wa-ter GN is tot de hoogte van de Kwik,waar aan ze evengelijk is, gelijk GN tot2Sdd GN + asGN , ,
- 14 öö~~’ zoodat men, de ge-heele Som verdeelende door GN, en ver-meenigvuldigende door I4st«, krijgen zal140a tot 2 8 dd+ aa.
Ss z