Band 
Tweede deel.
JPEG-Download
 

352 Leibnltz gedagten over de verandering

x. Les. lighaam, hetzij in een Vloeistof ondersteund, of niet, niet altijd we'gen ? Kan het wegen op een anderen bodem, dan die de geheele Vloei-stof ondersteunt? Iloudt die bodem op van een vreemd lighaam tedragen, omdat het valt? en is dat lighaam gedurende al dien tijd,dat het valt, niet een gedeelte van die Vloeistof in opzigt van ’tge-wigt ? Op dien voet zou, terwijl 'er een chimilè Neeritooting [ Pré-cipitation ] geschiedt, de geheele Stof minder wegen, hetwelk nooitwaargenomen is , en naaulijks geloöfèlijk schijnt. Niettegenstaandedeze tegenwerpingen houdt het Grondbeginsel proef, wanneer menhet wat nawer beichout. 'Tgeen een zwaar lighaam ondersteunt wordtdoor hetzelve geperst. Een tafel bij voorbeeld, die een pond ijzerondersteunt, wordt door het ijzer geperst, en dit wel alleenlijk, omdat zede geheele Werking en Uitwerking draagt van de oorzaak van Zwaarte(wat dezelve ook zijn mag) om dien brok ijzer lager te stooten.Indien de tafel week voor de werking van die oorzaak van ’t gewigt(of zwaarte) zou ze niet geperst worden, en daarom niets dragen.Op dezelfde wijs stelt de bodem van een vat, hetwelk een Vloeistofinheeft, zig tegen al de Werking van de oorzaak van Zwaarte opdie Vloeistof Indien 'er een vreemd lighaam in drijft, stelt de bo-dem zig ook tegen de gemelde Werking op dat lighaam, hetwelk,met de Vloeistoi in Evenwigt zijnde, in dat opzigt waarlijk een ge-deelte van dezelve is. Dus wordt de bodem geperst door de Vloei-stof en het vreemde lighaam beide , en ondersteunt ze beide ; maarindien het lighaam valt, wijkt het voor de Werking van Zwaarte,en gevolgelijk ondersteunt de bodem het niet langer, totdat het lig-haam op den bodem neergekomen zij. Derhalve is de bodem, gedu-rende den geheelen tijd van den val, verligt of ontslagen van het ge-wigt van dat lighaam, hetwelk niet langer ergens door ondersteund,maar neergestooten wordt door de oorzaak van Zwaarte , waar voorniets het belet te wijken. De Heer Leibnitz heeft tot bevestiging vandit begrip een Proef voorgesteld. Hij zegt, dat men twee lighamenmoet binden aan twee enden van een draad , het ééne zwaarder enhet andere ligter, dan Water, maar zoodanig , dat ze beide te gelijkin Water konnen drijven. Men moet ze ín een Buis met Waterhangen, die met het ééne end gebonden is aan den Balk van eenBalans, aan welker ander end een tegenwigt hangt. Wanneer mendan den draad afknipt, die de twee lighamen ( welke van verichillend

gewigt