Band 
Tweede deel.
JPEG-Download
 

van de Barometer. 33-3

gewigt zijn) famenhegte, zoodat het zwaarste aanstonds neerzakke, x. Les.zegt hij , dat de Buis niet langer in Evenwigt zijn zal, maar datderzelver tegenwigt over zal wegen, omdat de bodem van de Buisminder geperst wordt. Men kan lig telijk begrijpen, dat de Buis langgenoeg zijn moet, opdat het vallende lighaam niet op den bodemkome, eer de Buis tijd hebbe, om te rijzen.' In chimiiè Neerstootin-gen [ Précipitations ] zijn de vaten of’ te kort, of’tgeen ’erneerge-itooten wordt valt somtijds te schielijk , en somtijds te langzaam :want daar zijn de kleine lighaampjes altijd ( voor zooveel men doorde uiterlijke zinnen gewaar kan worden) in Evenwigt met de Vloei-stof, die ze bevat.

De Heer Ramazzini , de berugte-'Hoogleeraar te Padua , aan wiende Heer Leibnitz zijne Proef voorgeileld had, heeft ze met een goe-den uitslag genomen, nadat hij ’t eenige reizen vergeefs bezogt had.

De Heer Reaumur , aan wien de Akademie dezelve had aanbevo-len , heeft ze ook goed bevonden. Dit is een niewe vertooning inde Natuurkunde, welke , schoon ze afhange van een welbekendGrondbeginsel, zeer fijn en ver gezogt is, en ons regtmatige redengeeft, om te vreezen, dat in onderwerpen , die uitgeput schijnen,ons nog vele zaken konnen ontsnappen.

Aanmerkingen op het niewe Grondbeginsel van den Heer Leibnitz.

31. Laat AB ( Plaat XXXIV. Fig. 2.) de bodem zijn van een Pt.vat, gevuld met eenige Vloeistof, welkes bovenend wijder is , dande bodem, gelijk GH, of nawer, gelijk EF, of even wijd, gelijkCD. De Persing van de Vloeistof op den Voetsteun AB zal even-gelijk zijn aan ’t gewigt van CB, hetzij van een Rol, of driekanteBalk [ Prism ] van dezelfde Vloeistof, opgemaakt uit den platten ín-houd of ’t Perk [ Ar ta j van den Voetsteun, vermeenigvuldigd dooi-de bijzondere hoogte boven den Voetsteun. Indien de Vloeistof over-al even dik is, gelijk Water, of van een Dikte, die opwaarts een-pariglijk vermindert, zal deze Stelling (van den Heer Boyle de Wa-terwegers Wonderstelling genoemd) stand grijpen. Dit wordt be-toogd van alle de Schrijveren over de Waterweging. Zie Les VII.

N°. 17. bladz. 127. en volg.

Laat EF (Plaat XXXIV. Fig. 3.) verbeelden een gedeelte van % 3,II. Deel. Yy de