Vuur eu Hette . z8z
tel, te scheppen. Twee dezer vaten hielden elk een Pint, het derde x. l«,twee Pinten, het vierde drie Pinten, het vijfde vier Pinten, en het •zesde vijf Pinten. We maakten twee kleine Lijnolij-thermometers,welker Schalen net overeenkwamen. Terwijl de vogt in Mr. PatricksThermometer op Gematigd stond, stond onze Olij - thermometer opio in koud Water. Toen namen we onze Proeven op de volgende■wijs. We schepten één van de Pints vaten met kokend Water, engoten het uit in ééne van onze groote vaten, staande op de ijzerenpennen, en in den tijd van vijf Sekunden rezen de Thermometers tot16 Graden. Vervolgens staken we te gelijk de twee Pints-vaten inden ketel, en goten het ééne uit in het groote ledige vat, gelijk tevoren, en het andere in het andere groote vat, waar m een Pint koudWater was. In elk vat stond een Thermometer. In ’t vat, waar inniets anders, dan heet Water was, rees de Lijnolij tot i6 Graden,gelijk te voren; maar in het andere, waar in een mengièl was vanevenveel warm en koud Water, rees de Olij maar tot 13 Graden.
Toen
De geleerde Boerbave wil, dat Verrot-ting de uitwerking is van inhangend Vuur.Hij zegt, „ dat Gewassen alleen het on-,, derwerp van Gisting zijn , maar Ge„ wassen en Dieren beide het onderwerp„ van Verrotting, welke Werkingen hij„ toeschrijft aan zeer verschillende oor-„ zaken. De onmiddelijke oorzaak van„ Gisting (zegt hij) is de Beweging van„ de Lugt, vervat tussen de vloeibare en,, ilijmige deelen van de gistende vogt;„ maar de oorzaak van Verrotting is„ Vuur zelf, vergaard of ingesloten in„ het verrottende onderwerp. " Maar ikkan niet zien, waarom ze niet redelijk ge-noeg aangemerkt konnen worden, als uit-werksels van verschillende Graden vanGisting, dewijl voeding de regte uitwer-king is van die Graad van dezelve, waar inde Som der aantrekkende Werking vande deeltjes veel grooter is, dan de Somvan derzelver wegdrijvend Vermogen ;maar wanneer derzelver wegdrijvendeKragt derzelver aantrekkende Kragt verte boven gaat, worden de samenstellen-
de deelen van Gewassen ontbonden, wel-ke ontbonden wordende zelfstandigheden,wanneer ze met veel vogt verdund wor-den , in de Ontbinding geen groote Hetteverkrijgen, wordende de schielijke inwen-dige Beweging belemmerd door de vogt ;maar wanneer ze maar vogtjg zijn, gelijkgroen nattig hooi, opeen grooten hoopleggende, verkrijgen ze een hevige Het-te, zoodatze zengen, branden en vlam-men , waar door de vereeniging van ha-re samenstellende deelen meer door endoor ontbonden zijnde, zij nooit een wij-nigen of zuren Geest zullen vóórtbren-gen. Deze groote Graad van Losmakingkan door dit middel wel te weeg gebragtworden , zonder de Werking van eenVuur, dat ondersteld wordt ingesloten tezijn in het verrottende onderwerp. Waar-om volgens de oude algemeene Kundig-heid , Entia non Punt temere neque abfquenecejjitate multiplicanda, de Wezens nietligt en zonder noodzakelijkheid vermeer-derd moeten worden.