z8r Vuur en Hette,
l «. tot Snelheid i dat is, indien een zekere Hoeveelheid van Hette eeri' Kwaart Water bij voorbeeld verwarmde, hetwelk een zekere Graadvan Hette op de Thermometer aan wees, gebruikt werd, om twee-maal zoo veel Water, bij voorbeeld twee Kwaarts , te verwarmen,wees de Thermometer, in deze laatste Hoeveelheid van Water gesto-ken zijnde, maar half zoo veel Hette aan. We leiden onze beichourwende Stelling af uit de volgende Proeven.
XII. XIII. XIV. XV. EN XVI. PROEVEN.
We lieten twee rolronde tinnen vaten maken, houdende elk watmeer, dan 6 Pinten, en sloegen op twee plaatsen in de tafel drieijzeren pennen, om 'er de vaten op te zetten, opdat 'er geene Hetteof Koude van de Tafel aan de vaten, of van de vaten aan de Tafelmeegedeeld zou worden. We bezorgden nog zes rolronde vaten,waar met handvatten, om kokend Water schielijk uit een groeten ke-tel.
sterk te werken op Ligt, zoo is ze ookbekwaam, om de sterkste , namenlijk deroode Stralen te rug te kaatsen; en dat'er een goede voorraad van Lugt bij deMenie gevoegd is, heb ik gevonden dooreerst 1922 Greinen Lood te disteleren,waar uit ik maar zeven*teerimgse DuimenLugt kreeg ; maar uit 1922 Greinen Me-nie , die een teerlingsen Duim uitmaak-ten , kwamen in den zelfden tijd 34 teer-lingle Duimen Lugt, een groot gedeeltevan welke Lugt zonder twijfel opgeslurptwas door de zwavelagtige deeltjes van debrandstof in den Reverbereer - oven, waarin de Menie gemaakt was : want uit deio6«i- Proef blijkt, dat, hoe de rook vaneen Vuur meer bepaald worde , hoe hijook meer veerkragtige Lugt opslurpt.
Het was derhalve deze meenigte vanLugt in de Menie, die de glasdigt geze-gelde glazen van den voortreffelijken HeerBoyle deed bersten , toen hij de Menie,die 'er in was , met een Brandglas heetmaakte ; maar de godvrugtige en geleerdeHeer Nieuwentijt schrijft deze uitwerkinggeheel en al toe aan de Uitzetting der
Vuurdeeltjes , die in de Menie huisves-ten. „ Hij stelt Vuur te zijn een bijzon-,, dere vloeibare Stof, die hare eigen be-,, staanlijkheid en gedaante behoudt, al-,, tijd Vuur blijvende , schoon niet altijd„ brandende. " Wereldbescb. XXII. Be-„ schouw. §. 6.
Aan dezelfde oorzaak met uitsluitingvan de Lugt schrijft hij ook toe de over-groote Uitzetting van een mengsel vandubbeld Sterkwater en olij van Karwei*daar het uit Proef 62. blijke, dat 'er eengroote Hoeveelheid van Lugt in alle Olijenis , en door het gieten van wat dubbeldSterkwater op Olij van Nagelen zette hetmengsel zig uit tot een Ruimte, 700 maalzoo groot, als het Volumen van den Olij.Dat gedeelte van de Uitzetting, hetwelkveroorzaakt werd door het waterige ge-deelte van den Olij en den Geest , slonkwel haast, daar het andere gedeelte vande Uitzetting , ’twelk veroorzaakt werddoor de veerkragtige Lugt van den Olij,niet slonk voor den volgenden dag, inwelken tijd de zwavelagtige rook dezelveweer opgeslurpt had.