Verhandeling over de B'randfteen-kragt. 421
IX. PROEF.
' - Wanneer de Lugt zeer droog is, en de gevreven Buis het Blad-goud, op een Gerridontje gelegd, op den afltand van drie Voet, ofverder, kan aantrekken, moet men de opgewekte Buis, indien het-zelfde Blad-goud op een tafel van een groote Oppervlakte gelegd wordt,daar zeer digt bijbrengen, eer ze werken kan.
X. PROEF.
Indien de Lugt vogtig is, slaagt de vierde Proef niet wel : want na-dat het veertje eenigen tijd door de Buis in de Lugt omgevoerd is,komt het van zelf naar de Buis te rug, zonder eenig ander lighaam
f eraakt te hebben ; en nadat liet aan ’t midden van de Buis gekleefdeest, vliegt het ’er íòmtijds af, en komt aanstonds naar de Buis terug, zig zettende aan dat end, hetwelk verst van de hand af is. Hetgebeurt ook wel, wanneer het zeer droog Weer is, en de Buis hetveertje (nadat ze het eerst had aangetrokken) tot op twee of drie Voetwegdrijft, dat het veertje, wanneer men het end van de Buis ter leng-te van zes of zeven Duim nat gemaakt heeft, zig aan dat end van deBuis komt zetten, zonder eenig ander lighaam aangeraakt te hebben.
XL PROEF.
Indien men de gevreven Buis brengt bij een naau drinkglas van on-trent een Duim Middellijns, met Water gevuld, rijst het Water toteen heuveltje aan den rand van ’t Glas, íòmtijds naar de Buis sprin-gende met een straaltje, zoo klein, dat men het naaulijks zien kan',schoon men ’er de geheele Buis meê nat gemaakt kan vinden. Menkan ook wel eens zien, dat dit opgehoop^e Water opgaat in de ge-daante van een smalle Kegel, welker As zig somtijds waterpas uit-strekt naar de Buis, dan kraakt, of knapt, en weer plat op het overi-ge Water neervalt. Indien deze Proef in het donker wordt genomen,verzelt een flikkering van Ligt het gekraak.
Ggg Z
XII. PROEF.