Band 
Derde deel.
JPEG-Download
 

94 Beschrijving van het VUURTUIG.

de XIII. Plaat) is een vierkante ijzeren As, Plaat XIV. Fig* i en 6 ,gemerkt A B, waar aan vier stukken IIzer zijn, dienende om den Stoom-besiierder te drajen door het vooruitstooten en te rug trekken van deVork, die in de XIII. Plaat gehegt is aan den Sleutel van den Stoom-besticrder, en Plaat XIV. Fig, 2, gemerkt met de letters NOM, enFig. 6 . Q.OEL. Daar is een Sleuf in den regtilandig hangendenWerk-balk, op zulk een wijs geschikt, dat des zelfs Pennen van voren,in 't midden en van agteren werken, om de Ligters 5 en4 te ligten, enneer te drukken, die den gemelden ijzeren As bewegen, zoo ver omzijn Middelpunt, als noodig is. Maar de Lezer zal de zaak beter be-grijpen uit een beschouwing van de stukken in Plaat XIV., en dan instaat zijn, om de zelfde zaken in Plaat XIII. volkomen te verstaan.Pl.xiv. AB ( Plaat XIV. Fig, 1) verbeeldt den reets gemelden ijzeren As.*'>&■ n Daar is een stuk c e DE, de Y genoemd , omdat het met zijne tweeBeenen die letter verbeeldt, alleenlijk omgekeerd neerhangende, meteengewigtF, om aan het bovenste gedeelte te schuiven, alwaar hethooger of lager , naardat het te pas kome, met een Spij of Wiggevast gezet wordt. Deze Y, geschoven zijnde aan het end B van denijzeren As, wordt vast gezet met een Spij daar agter te slaan in e. Danis 'er een soort van Stijgbeugel I K I met een langen Bout L, om bijgelegenheid te steken door de gaten in K. De Stijgbeugel wordt metzijne haken I, I gehangen aan den As in z, L Dan wordt 'er een Sleu-tel of Kruk 64 geslagen aan het andere end van den As tot aan g, al-waar hij vast zit, en een Winkelhaak maakt met de Y. Vervolgens wordt'er aan den As een korter Ligter of Sleutel, met den voorgaanden eenhalven regten Hoek makende (dat is, tussen het lange Been van de Yen G 4) aangedreven tot aan h , alwaar hij vast gemaakt wordt. Alledeze stukken, gelijk ze met elkander aan den As zitten, kan men zienFi g , 6 . in Fig. 6 . , alwaar men bespeuren kan, dat de Werk-balk, wanneerhij opgaat, door middel van een Katrolletje, in de Sleuf drajende opde Pen q , den Sleutel II 5 opligt, die den As zoo ver omdraait, dathij de Y met haar gewigt F voortstoot van C naar 6, in welken Streekzij, den regtstandigen stand voorbij geraakt zijnde, voort zou bewe-gen naar Q_, indien ze niet gesteuit werd door middel van een lerenriem, aan den top gehegt in M, en in de punten m en n op zulk eenwijs vast gemaakt, dat hij de Y ontrent een Vierde van een Cirkel heenen weer laat gaan, vooruit en agteruit, nadat ze den regtstandigenstand voorbij gegaan is. Fi-