Beschrijving van het VUURTUIG. 9f
Figuur r. vertoont de waterpas leggende Gaffel M O N, die met haar xiy.end O gevoegd moet worden aan den Sleutel van den Stoombestierder Fig ' 2 *P#Q_io. Fig. z. Daar zijn verscheiden gaten in deze stukken, omeenigerlei gedeelte van het end O te konnen houden in eenigerlei ge-deelte van de Sleuf in den Sleutel, naardat het noodig zij tot beter be-weging der twee stukken. Dit kan men zien in Fig. 6, alwaar hetandere end van de Gaffel vast gemaakt is aan het onder-end van denStijgbeugel in EK NL door middel van den langen waterpas leg-genden Bout L , zoodat de Gaffel waterpas kan blijven, wanneer hitvooruit gestooten, en te rug getrokken wordt door de Slagen, die Een D, de Beenen van de Y beurtelings maken tegen het voorste ofagterste gedeelte van den Bout L, om vooruit te stooten, of agteruitte trekken den Sleutel P io, om den Stoom-besiierder te stuiten, of teopenen op zulk een wijs, als verder verklaard zal worden. We zullennu maar alleenlijk melden, dat 'er een waterpas leggend stuk n l zoogeplaatst is, dat het end i o van den Sleutel daar op kan dragen, ter-wijl het vooruit en agteruit schuift.
De tegenwoordige gesteltenis van het Werktuig, gelijk het nu ver-toond wordt in deze 6de Fig. van Flaat XIV., is als volgt. De Stoom- Fig. §.bestierder is open, gelijk blijkt uit zijne Plaat TY,die weg geschovenis van onder de Gemeenschaps of Lugt-pijp SS, die in de Buis schiet.
De Zuiger is nu omhoog ontrent de plaats GW boven in de Buis inFlaat XIII. Gevolgelijk zijn de groots Balk en de regtstandig hangen-de Werk-balk nu ten naasten bij op hare grootste hoogtens, en de Ka-trol in de Sleuf van den Werk-balk aan de Pen q heeft den Sleutel H Lzoo hoog geligt, dat het gewigt of de Kop van de Y zoo ver van on-der n gebragt is, dat ze den regtstandigen stand boven denAs voorbijgegaan zij; en gereed zijnde, om over te vallen naar m, zal ze meteen hevigen stag van haar Been E staan tegen den Bout L,en de Gaf-fel waterpas trekkende naar den Werk-balk, het end 10 van den Sleu-tel van den Stoom-beitierder trekken naar/, en hem dus stuiten doorde Plaat Y te schuiven onder de Pijp S S. Het Werktuig is in FlaatXII. net Ín dezen staat, maar in Flaat XIII. is de stag reets gegeven,en de gemeenschap afgesneden, gelijk men weten kan, wanneer menopmerkt, dat het gewigt aan den Kop van Y gekomen is tot 6, zoover, als de Riem P 6 (gemerkt n 6 in Flaat XIV. Fig. 61) het toelaatte gaan.
i z. Eer