188
y
Aanmerking op
het SLINGER-PUNT.
stuk Koper- of Ijzerdraad van de zelfde lengte. Das moeten de Le-zers van den Heer Carré ophouden na de vier eerste Voorstellen vande vierde Afdeeling.
Gebrek van plaats belet mij meer over dit onderwerp te zeggen.Evenwel zal ik 'er nog twee Voorstellen bij voegen, die ik gevondenheb in vele gevallen van grooten dienst te zijn, en die zulken vanmijne Lezeren, die in de gemeene Stelkunst [Algebra] bedreven zijn,verheugd zullen zijn , hier te vinden ; en cue de redenkavelingniet verstaan , konnen egter gebruik maken van de bestuiten,zig verzekerd houdende, dat ze niet bedrogen worden, omdat alles ge-boud is op den Regel van den Heer Huigens , die we boven betoogd,,en waar uit we deze Gevolgen wiskunstig afgeleid hebben..
I. VOORSTEL.
De lengte van een Slinger ogenomen tuffen het Hang-punt en het Slin-ger-punty gegeven zijnde , wordt ^er geëist de lengte te vinden ,die bepaald moet worden tuffen het Hang-punt en de Oppervlaktevan den Bal (welkes Middellijn gegeven isj opdat het Slinger-puntvan den Bal zijn mag op den gegeven Afstand uit hei Hang-punt .
Laat de gegeven lengte van den Slinger zijn— ö.
De geëiste lengte ~.x,.i De Straal van den Bal =e= r:
2 r r
Uit het bovengezegde moet men hebben r-b —b.
Derhalve is fxx^ïOxr + 7rr== ! yxb+^rb 3 waar uit getrok-ken wordt $ xx + ioxr — ^xb=jrb — 7 r r ; en verdeelende door
ƒ > — rb -en —i c in de plaats van + 2 r — b
stellende , en d in de plaats van rb —
yrr ..
—— krijgt men x x—2 cx—d
en xx — i c x + c c—d + cc\ waar uit men trektn —c.— Vd +,£f,
en x — yd + cc+c. Het welk te vinden stond.
Indien men by voorbeeld wil vinden, welke lengte gegeven moet
wor-