Band 
Derde deel.
JPEG-Download
 

aï8 Verrekijkers zonder Oogglazen voor Bijzienden.

lijk Beeld van die Punten op het Netvlies, en daarom vertoont hetVoorwerp zig duidelijk.

Het Voorwerp zal zig ook vergroot vertonnen in de zelfde Even-redigheid, als de Hoek / e l —b M a (onder welken des zelfs .Beeldgezien wordt) grooter is, dan de Hoek A ^B, onder welken het Voor-werp A B door het bloote oog gezien zou worden, gelijk door Scha-veren over de Straalbreking omstandig betoogd is.

II. VOORBEWIJS.

Indien evenwijdige Stralen vallen op het Hoornvlies van een Bijzien-?l. den, zullen ze zig in het Oog vereenigen in V ("Plaat XXV. Fig,* xv - 2 r .) eer ze tot het Netvlies komen, en wel zoo veel verder van het zei-

>s ' 2 ’ ve, als het Oog verhevenronder is ; maar, indien de Stralen, die ophet Hoornvlies vallen,spreiden naar Evenredigheid van de al te groo-Fig. z. te Verhevenrondheid van het Oog, gelijk van D (Fig. 3.) zullen dieStralen zoo gebroken worden door de Vliezen en Vogten van hetOog, dat ze op het Netvlies RR in één Punt samenkomen. Ik hebin deze Figuren niet in agt genomen de Breking der Stralen, terwijlze uit de kriftallijne Vogt K overgaan in de glasagdge Vogt V, gelijkik ook in de andere gevallen nier gedaan heb.

Dit Voorbewijs is ook door Schrijveren over, de Straalbreking be-toogd.

III. VOORBEWIJ S.

Indien twee Straalpenseelen, in elk van welke alle de Stralen even-Fig. 4. wijdig zijn aan de Allen ac en dc (Flaat XXV. Fig. 4.) vallen oponderscheiden gedeeltens van het Hoornvlies op den grootften afstandvan elkander, die aan de Stralen toegcstaan kan worden, om in denOogappel pp te komen, zullen der zelver Allen, nadat ze in de wa-teragtige Vogt komen, toeschieten, en elkander ontmoeten of in deglasagtige Vogt V , of in de kriftallijne Vogt K, naar mate van deVerhevenrondheid van het Hoornvlies, waar door ze gegaan waren,en weer spreiden, eer ze tot het Netvlies komen, de Stralen van elkPenseel toeschietende, elk op hunne Allen, naar de plaats, alwaar deAllen elkander kruiden.

B E-