Band 
Derde deel.
JPEG-Download
 

Verrekijkers zonder Oogglazen voor Bijzienden. . 119

BETOGING.

De Assen a c en à c , scheuin op het Hoornvlies vallende in cen Cf en uit de Lugt in de wateragtige Vogt komende, zullen gebro-ken worden naar de Loodlijn naar k en kf alwaar ze regtstreekfèr val-len op de kriftallijne Vogt, en daarom voortgaan zullen tot a en àop het Netvlies RRRR, kruisende in V binnen in de glasagtige Vogt.De andere Stralen r, r, en s, s vallen na hunne Breking in de water-agtige Vogt scheuiner op de kriftallijne Vogt, en daarom worden zeweer z<3o gebroken, dat ze elkander ontmoeten in V, alwaar de As-sen ook bijeenkomen, en gaan vandaar voort naar het Netvlies inRRRR.

IV. V O O R B E W IJ S.

Maar indien de Assen van de gemelde Penseelen evenwijdig zijn,en de Stralen, die de zelven verzeilen, ipreiden van een Punt, zoona aan ’t Oog, dat de Spreiding evenredig zij aan de al te groote Ver-hevenrondheid van het Oog, dan zullen alleenlijk de Assen elkanderontmoeten in het Oog, eer ze tot het Netvlies komen (volgens Voor-bewijs III.) maar de andere Stralen zullen niet vereenigen, elk opzij-nen As, voordat ze tot het Netvlies komen, volgens Voorbewijs II.

STELLING.

ïk onderstel het Oog van een Bijzienden zoo verhevenrond, dat hijniet verder zien kan, dan een gemeen Oog, het welk een Oogglasvan een Verrekijker voor zig heeft. Dan zal het oog van den Bijzien-den , de plaats van een Oogglas vervullende, de Stralen , zig sprei-dende van de bijzondere Punten van het Beeld (door het Voorwerpglasin zijn Brandpunt geteekend) op zulk een wijs ontvangen, dat ze nahunne verscheiden Brekingen, elk in hunne Punten, bijeen zullen ko-men op het Netvlies; en de Assen der Penseelen, die van de uitendenvan het Voorwerp komen, zullen in het Oog den Hoek B V A ( 'Plaat Pl.XXV. Fig. 5.) evengelijk maken aan den Hoek bca, onder welkenhet Beeld a b gezien wordt, volgens Voor bewijs iV. Het Hoorn-vlies en de wateragtige Vogt vervullen hier de plaats van het Oogglas,

Ee 2 en