2i8 Troeven ontrent de Breekbaarheid 'van Ligtjlralcn.
de Beelden in het Oog aan , als een voorwerp , dat beschoud wordt »het welk andere werktuigen van ’t gezigt zou onderstellenom in deOogen te kijken, daar de schilderijen van voorwerpen van buiten, ver-toond op het agterste gedeelte van een Oog, ’t welk in een gat in ’tvenster van een donkere kamer geplaatst is, alleenlijk zoodanig zijnvoor de genen, die de Proef zien ; maar in het dier, ’t welk ziet,zijn die schilderijen een groot getal kleine stooten, of indrukkingenop de Vezeldraden van ’t Netvlies door de aanstooting van vele Stra-len, verzameld in de Toppen der Ligt-kegels binnen in het Oog,overeenkomende met zoo vele andere Kegels, die voortkomen van dezigtbare Punten van voorwerpen van buiten, en dat gene maken, hetwelk de Gezigtkundigen Straal-penseelen noemen.
Dat de Weerstand van Water , uit des zelfs Vasthoudendheidontstaande , groot er is , dan uit des zelfs Digtheid.
Dewijl een dunne draad■ halsbhsm en half rood, door het naak-te Oog duidelijk gezien wordt , dat dat Verschijnsel de Leer van deverschillende Straalbreking om ver floot ; maar de Schrijver overweegthier niet, dat het Brandpunt van ’t Oog zoo kort is, dat de afstandvan den duidelijken Voetsteun van het blawe en roode Bfeeld van zul-ke draden zoo groot niet is, als de dikte van het Netvlies.
Dat de Proef van het tweekoleurige papier , zijn Beeld door eenVergrootglas teekenende (welke ik op de gemelde wijs in ’t jaar 1722herhaald heb) joint ij ds bij hem slaagde , en somtijds niet , en dat zedaarom de verschillende Straalbreking niet bewijjl ; maar dut deverjchillende plaats . van den duidelijken Voet [leun van het blawe enroode Beeld toe te schrijven is aan de verschillende scheuinheid vande deden van het geverfde papier met betrekking tot de Oppervlak-te van het Vergrootglas ; maar in mijn berigt van de Proef in de Phi-lofoph. Lransaft. heb ik uitdrukkelijk gemeld, dat de As van het Ver-grootglas regtstandig was op het Beeld van de Kaart. Derhalve kon'er geene verschillende scheuinheid plaats hebben, gelijk tegengewor-pen wordt. — Dat , schoon hij het Tooverbeeld van Koleuren , doorhet Prisma in een donkere kamer voorlgebragt , wel bij trappen zagverkortenden eindelijk rond en koleureloos(sdX is, wit) worden , wan-neer het gezien werd door een ander Prisma , op de zelfde wijs , alsSir Ifaac Newton de Proef genomen had , dit hem evenwel nog nietovertuigde van de verschillende Staalbreking , omdat , wanneer hij
op •