Band 
Derde deel.
JPEG-Download
 

2Z2 Troeven ontrent de Breekbaarheid van Ligtstraïen.

vaste Koleuren verschilden in hunne Opvalling [Incidence]: maardat Richterus het met voordagt verzwegen had.

N. °B. Het is niet waarschijnelijk, dat hij 't verzwegen zou hebben,indien het waar geweest was.

Dat de Proeven van den Heer Mariotte de verschillende Breek-baarheid van Koleuren weerleggen , schoon hij, het berigt van de Proe-ven , die ik voor het Koninklijke Genootschap op des zelfs bevel ge-nomen heb (zie Philosoph. 'Transatf. No. 348. hier voor bladz. 197.en volg. beschreven) met aandagt en onpartijdigheid gelezen hebben-de, zoo wel overtuigd had konnen worden, als verscheiden Heerenvan de Franje Koninklijke Akademie, die den Heer Mariotte zijneProeven hadden zien nemen, en betuigden voldaan te zijn, toen zemij de Proeven van Sir Ij'aac in ’t jaar 1715 zagen herhalen.

Dat in de eerste Proef van Sir Iíàac (I. Boek, II. Deel.) hij nooitéêne Koleur te niet kon doen , terwijl de overige bleven ; en dat hijmet een groot er hinderpaal het Geel en Blaau wel te niet kon doen ,maar niet het Geel en Groen — dat hij wel het Groen , maar niethet Geel digtfi aan de Jchaduw kon brengen — en het Groen wel al-leen over kon laten blijven ; maar niet het Geel. Dit ’s een gemak-kelijke Proef; maar onnaaukeurigheid, een zeer liegt Prisma en voor-oordeel tegen een gevoelen, of tegen een tegenpartij kan iemandgrootelijks misleiden.

Dat-> wanneer de Koleuren, door het Prisma voortgebragt , ennaderhand door het Vergrootglas vereemgd , Wit voorbrengen opeen papier-, in ’t Brandpunt gehouden , geenescheuinheid van ’t pa-pier den witten plek met Koleuren zal verwen.

. Dat een geel papier in het blawe Ligt zig groen vertoont , gelijkook een blaau papier in het gele Ligt doet ; maar dit geschiedt niet, wan-neer de Kamer wel verdonkerd, en het Ligt gelijksoortig is.

Dat Sir Ifaac Newton valjelijk bevestigt, dat Ligt , inschietendein een evenwijdzijdig Blok , en ’er dan weer ui schietende , geeneKoleuren voortbrengt.

Dat de 6 de Proef van Sir Ifaac, ( 7 . Deel, I. Boek) waaris , maardat '‘er geene verschillende Straalbreking door bewezen wordt schoonde Koleuren agtervolgens van het eerjie Prisma tot het tweede ko»mende met den zelfden Stoot-hoek [Incidence] door het laatste Pris-ma tot verschillende hoogtens gevoerd worden. Het gevolg nu is