2 4-0 Van de Buiging van Stralen in hunne Terugkaatsing.
uitersten nabij zijn, zal de Top van de kromme Lijn (welker Raaklijnis f t y evenwijdig met GG) zoo na aan het Punt I wezen*, dat zeaangemerkt kan worden, als op de zelve vallende \_coinciding'] wan-neer men den Stoothoek met den Steuithoek vergelijkt. Dan zal ookde tussenwijdte tussen de evenwijdige Lijnen P m en P a zoo ver ver-kleind worden, dat die twee Lijnen aangemerkt konnen worden, alsop elkander vallende, zijnde de Hoeken zm P en RöP evengelijk,hetzij de drie Punten mla op elkander vallen, of niet.
Om deze redenen kan men voor het gemeene gebruik de Terugkaat-sing van de onderste Oppervlakte van het Glas aanmerken, als ineensgeschiedende in die Oppervlakte in het Punt h Maar wanneer mende zaak naaukeurig onderzoekt, zullen Proeven zoo wel, als de ge-melde redenkaveling bewijzen, dat 'er zulk een kromme Lijn is, alswe gemeld hebben. Zie de VI. Proef, en Plaat XXVI. Fig. 7. en11., en we zullen nog andere Proeven melden.
N, B. Indien eenig Punt van de kromme Lijn a h c d e s enz.xxviì (T/â XXVII. Fig. 3.) tussen a en f valt beneden (of voorbij ) deFi S . 3 .' Lijn M M, zoo zal de Straal voortgaan in een regte Lijn , die deRaaklijn zal wezen van de kromme Lijn in dat Punt, waar in ze deLijn M M verlaat.
Laten we nu eens onderstellen , dat MsqponrM in de zelfde Fi-guur Glas is, of eenige andere digte Middelstes, en z PPR Lugt,of eenige andere ijle Middelstes, enR<ü een Ligtstraal bewegende inde ijle naar de digte Middelstes in den Streek R a naar r. Indien 'erdan in plaats van een Aantrekking op de Oppervlakte van het GlasM M een te rug drijvende Kragt ondersteld wordt, welker scheidpa-len zijn G G, dan zal de Straal door de Terugd rij ving van de Opper-vlakte MM gebogen worden tot de kromme Lijn ah cdefghiklmop de zelfde wijs, als we getoond hebben, dat geschieden zou onderde Oppervlakte GG, wanneer GPPG aangemerkt wordt, als eendigte Middelstes. Hier uit volgt, dat een Straal, in de Lugt bewe-gende, te rug gekaatst wordt van een spiegelfe Oppervlakte van Glas,ofeenigen anderen Spiegel, ondoorschijnende of doorschijnende, zon-der die Oppervlakte te raken.
N. B. Dat het zelfde Vermogen onder verschillende omstandighe-den kan aantrekken naar , en te rug drijven van de zelfde Opper-vlakte , zal in het overige gedeelte van dit geschrift bewezen wor-den;