Van de Buiging van Stralen in hunne Terugkaatsing . 245
digter aan de Oppervlakte AB, Lullen de kromme Lijnen te niet ge-,daan worden ter plaatse, daar de Prismaas. raken, en alle de Stralenzullen op de plaats van Aanraking naar beneden gebragt worden doorhet onderste Prisma.
De meest breekbare Stralen bestaan uit kleiner deeltjes, dan de minstbreekbare, en derhalve moeten ze minderMomentkragt hebben, om-dat de Snelheid van alle Stralen de zelfde is 1 ; en gevolgelijk wordenze gemakkelijk uit den weg gebogen door Aantrekking of Wegdrij-ving, het welk de kromme Lijnen, gemaakt door de purpere en vio-lette Stralen onder de Oppervlakte A B, kleiner en digter doet zijnaan die Oppervlakte, dan de kromme Lijnen, gemaakt door roodsen oranje Stralen.
Onderstel, dat een violette Straal R a(Plaat XXVII. Fig. 5 )be-^^Hwegende in den Streek Rr, zoo gebogen wordt onder de Oppervlak- 5te AB, dat 'er op den Top van de kromme Lijn, of daar hare Raak-lijn ci evenwijdig is aan AB, nog een kleine tussenwijdte overblijvetussen de kromme Lijn en de Lijn n w, alwaar de scheidpalen vanAantrekking (ingetrokken door de nabijheid van het onderste PrismaDFG) endigen, dan zal die Straal weer opgebogen worden in dekromme Lijn d e ƒ, en dus te rug gekaatst worden in de Lijn f m , zijn-de de Streken, de één na den anderen veranderd, gelijk in Fig. z.
Maar een roode Straal, met de zelfde scheuinheid vallende, zou voort-gaan in het onderste Prisma, gelijk in Fig. 4. verklaard is, omdat dede Momentkragt van den rooden Straal grooter zijnde, dan die vanden violetten, de zelfde Graad van Aantrekking hem de zelfde Bui-ging niet zou konnen geven.
Dit wordt door Proeven bevestigd : want wanneer het onderste Pris-ma niet sterk gedrukt word tegen het bovenste, gelijk (F la at XXVI.
Fig. 11.) maken de Stralen, die neer gebragt worden tot R een plekvan Koleur, voornamenlijk bestaande uit roode en oranje Stralen ;maar wanneer de Prismaas digter tegen elkander gedrukt worden,wordt de plek grooter en volmaakt wit in het midden, omdat alle desoorten van Stralen tot de plek neergebragt worden ; maar ze is ron-dom bezet met een roodagtigen rand, veroorzaakt door dedeelenvanhet Prisma, die zeer na aan elkander zijn, maar niet raken, of tenminsten niet genoeg, om de groene, blawe, purpere en violette Stra-len neer te brengen. Dit bewijst dat de Terugkaatsing niet gemaakt
Hh 2 ' wordt