Band 
Derde deel.
JPEG-Download
 

P L.XXVI.Fig. Z.

Fìg. 10.

P L.

XXVII.Fig. 4.

242 Van de Buiging van Stralen in hunne Terugkaatsing.

de Oppervlakte C B, wordt de uitwerking van hunne Breking Ín hun-ne Inschieting in S , om Koleuren te maken , weggenomen doorde Breking, die ze ondergaan in hunne Uitichieting in Z.

VU. PROEF.

Ik nam den Teerling van Plaat XXVI. Fig. 8, en scheuin doorden zelven kijkende op het gat in ’t venster van mijne donkerekamer (de Zon schijnende, of niet schijnende) vertoonde het gatzig geheel koleureloos, gelijk ook een kaars deed , die zig beidemet een rand van Koleuren vertoonden, wanneer ze door het Prismagezien werden* Twee Prismaas tegen elkander houdende, gelijk in(Plaat XXVI. Fig. 10.) indien het gat van de donkere kamer is k tvertoont het zig wit aan het Oog in F, maar indien de Hoeken derPrismaas in B,F een weinig van elkander gescheiden zijn, terwijl deHoeken A en D raken, zal het gat zig gekoleurd vertonnen. Wan-neer de Oppervlaktens gescheiden zijn in A, D, en raken in B, F,vertonnen de Koleuren zig in een omgekeerde order ; maar indiende Oppervlaktens A B en D F evenwijdig zijn , hetzij ze raken , ofniet raken, zal het gat zig wit vertonnen.

N. B. ín dit geval moeten de Prismaas gelijkvormig zijn , opdatde Oppervlakte F G evenwijdig zij aan A C ; anderfins moeten A Ben D F zoo scheuin tot elkander gehouden worden, dat ze AC t»FG.evenwijdig maken. Het is waar , dat indien het ééne Prisma zeerver van het andere wordt gehouden , het ongelijksoortige Ligt ,het welk inkomt in FG, zoo ver gespreid kan worden door de schei-ding van de op een verschillende wijs breekbare Stralen , dat hetPrisma ABC het zelve niet geheel zal innemen ; en dan kan het Oogagter het tweede Prisma Koleuren zien , gelijk ik onder(lel , dat Riz-zetti gedaan heeft. Zie bladz. 79 van zijn Boek.

Indien de Ligtltraal R ab cdh (Plaat XXVII. Tig. 4.) op de bo-ven gemelde wijs zijnen Streek veranderende , een Hoek maakt van4.5 Graden met de Loodlijn Pa, zal hij op het wegnemen van ’t on-derste Prisma weer opgebogen worden, gelijk in Fig. z. ; maar, in-dien de Hoek P^R grooter is, zal de Straal nog al opgebogen wor-den in een kromme Lijn, gelijk abc des (JFig. 5.) niet tegenstaandehet onderste Prisma zij in DFG; maar indien dat Prisma geligt wordt,