Van de Buiging van Stralen in hunne Terugkaatsing, 245
Ligt, het welk, van ’t ééne Prisma scheuin op de verste Oppervlaktevan het andere komende, geheel te rug gekaatst wordt met de zelfdescheuinheid j waar mee het roode Ligt geheel wordt doorgelaten, zegthij, „ Het zij genoeg wederom te antwoorden, dat 'er ook in ditge-„ val een niewe Infchieting van Ligt is, die van den Schrijver Te-„ rugkaatsing genoemd wordt.”
Maar dit ’s alleen vitten over woorden: want indien de Ligt straal,die, in een digte Middelstofbewegende, scheuin valt op de Opper-vlakte, welke gemeen is aan die en een ijler Middelstof, weer zoo terug gebogen wordt in de digte Middelstof, dat hij den Hoek, waarmeê hij te rug keert van die Oppervlakte , evengelijk maakt aan denHoek, waar meê hij tot de zelve was gekomen, zoo kan deze weder-keering van den Straal eigenlijk een Terugkaatsing genoemd worden,hetzij de Straal te rug gebogen worde in het Punt vanlnvalling op deOppervlakte, of om het Punt van Invalling gevoetd worde in een klei-ne kromme Lijn, welker overweging overgeilagen kan worden in hetnasporen van den weg van een Ligtstraal in zijnen doortogt, in hetnemen van Proeven in de Gezigtkunde. Een ijgelijk, die de 8ste Stel-ling van het II. Deel van ’t IL Boek van Sir IJaac's Gezigtkunde leest,kan zeer gemakkelijk zien, dat hij niet onkundig was van het te rugkeeren van den Straal onder de Oppervlakte van het Glas, eer hij daarin weder keere : en schoon de Terugkaatsing in dit geval niet geschie -de door het stooten op de vaste deelen van het Glas, is het egtcr aande zelven toe te schrijven, dat het Ligt fop eenigen afstand bewerktwordende) weer opgebogen wordt, gelijk bewezen is door verschei-den van de voorgemelde Proeven.
Laten we nu eens zien, hoe Rizzettïs berigt van de niewe Infchie-ting overeenkome met Verschijnselen.
Laat alles boven de Lijn P P (Blaat XXVII. Fig. 8 ) een digte rMiddelstof zijn, gelijk Glas, en alles beneden, dezelve een ijle Mid- Adelftof, gelijk Lugt. ABCD is een Bonde! van Ligt, ongewaar-wordelijk in dikte, maar van eenige breedte, welkes Stralen aan el-kander íàmenhangen, en welkes Doorsnijding, of eerste Lijn, is 8 C.Indien de Middelstof, waar in BO is, niet veranderde, zou BG be-wegen evenwijdig aan zig zelve in de Lijnen Ba en Cd; maar dewijlhet end C van de Lijn BC uit een digte in een ijle Middelstof komt,die minder Weerstand biedt aan Ligt (want dat onderstelt hij) zoo
Hh 3 be-