P L.XXVII.Fig, 9 .
24.6 Van de Buiging van Stralen in hunne Terugkaatsing.
beschrijft het Punt C, gemakkelijker bewegende, dan het Punt B» dekromme Lijn CFH, terwijl B, in de digte Middelstof moejelijker be-wegende, de kleiner kromme Lijn BLO beschrijft. Het Punt C,gekomen zijnde tot H, schiet weer op niew in, en de Lijn BC, ge-komen zijnde tot IIG, gaat voort in den Streek IiL, G L , even-wijdig aan zig zelve, trekkende den BondelLigtstralen na zig ineenregtlijnigen Streek, nadat een gedeelte van den zei ven gebogen is inhet Glas', en een gedeelte buiten het zelve.
Nu, indien dit waar is, en P p Peen Prisma is , verzoek ik temogen weten, wat 'er worde van de Lijn in EF, die de Stralen vanden Bondel vereenigt om het Stootpunt, of het Punt van In vallingI, wanneer men Water de Oppervlakte PP doet raken, gelijk in A BFig 6.: Indien men zegt, dat, dewijl Water een grooten Weerstandbiedt, schoon zoo groot niet, als Glas, de kromme Lijn BEG zooweinig afwijkt van de Lijn Ba, dat het Punt E kome beneden I,en de Bundel geheel gebroken [ refraded ] worde; zoo vraag ik, waarvan daan het ilawe Beeld kome in k Fig . 6. ? Indien men antwoordt,dat een gedeelte E I van de Lijn E F (Fig. 8 ) opgebogen wordt tothet Oog in E (Fig. 6.) wat wordt 'er dan van de zijlingse Samenhan-ging van Ligt, waar op Rizzetti zijne voornaamste Stelling bout,en waar uit hij zijne Gevolgen trekt?
Het zou verdrietig en nutteloos zijn alle de misstagen van Rizzettielk in ’t bijzonder aan te toonen, en derhalve zal ik nog maar ééneProef uit Sir Jsaac Newton melden, welke ik herhaald heb om't geenin de Voorreden van Rizzetti bladz. 16. gezegd is, namenlijk dat’er, indien (volgens Sir iíàac) Stralen op een verschillende wijs te ruggekaatft komen worden , ook Koleuren voortgebragt moeten wordendoor Terugkaatfing van een platte Oppervlakte ; maar dit , zegtonze Schrijver, is strijdig met de Ondervinding. Deze bewering nuwordt door de volgende Proef weerlegd.
IX. PROEF.
Dewijl deze Proef net op de wijs van Sir Isaac Newton is geno-men, en met den zelfden uitstag, zal ik het berigt van de zelve metzijne eigen woorden voorstellen. [/. Boek. II. Deel. 16. Proef. - )
„ Laat HFG (Plaat XXVII. Fig. 9.) verbeelden een Prisma in
„ de