N
Vloûfl ossen uit Vaten lopende. 297
naaukturiger zijn ontrent dat onderwerpt en de Aanmerking en Proe- ix. Les.ven voorst ellen , waaruit vele van de Regelen van de Praktijk in Veerst afgeleid zijn.
We zullen hier in 't bijzonder herigt geven van J tgeen ’er gebeurtaan Vloeistoffen , die uit vaten vloejen 3 en van de onregelmatighedenvan die Beweging.
De Hoeveelheid van een Vloeistof, die in een gegeven tijd uit een
f egeven gat vloek, vergroot in Evenredigheid van de Snelheid vane uitloopende Vloeistof Deze hangt af van de hoogte van de Vloei-stof boven het gat, en ’tis hetzelfde, welk heen de Beweging van deVloeistof zig strekke. Derhalve zijn de Vierkanten der uitvloejendeHoeveelheden in de Reden der hoogtens van de Vloeistof boven degaten.
In vaten, die geenen toevoer krijgen door het inloopen van dcVloeistof, wordt de Snelheid van de uitloopende Vloeistof gedurigveranderd, hetwelk in agt genomen moet worden, wanneer men detijden, waarin verschillende vaten leeg loopen, met elkander vergelijkt.
Hier beschouwen we rolronde vaten, en ’tgeen hier gezegd wordtkan men toepassen op allerlei vaten, die van boven tot beneden evenwijd zijn. We onderstellen, dat de Vloeistof uitloopt door een gatin den bodem.
De tijden, waarin rolronde vaten van dezelfde Middellijn en hoogteleeg loopen, de Vloeistof uit gaten van verschillende grootte loopen-,de , zijn tot elkander in een omgekeerde Reden van die gaten.
Wanneer de vaten rolrond, van ongelijke Middellijn en van de-zelfde hoogte zijn, loopen ze door evengroote gaten leeg in tijden,die tot elkander zijn, gelijk de Voetsteunen van de Rollen.
Eindelijk laten 'er twee rolronde vaten wezen, welker Voetsteunenevengroot zijn, maar derzelver hoogtens, bij voorbeeld gelijk 1 tot 4,en laten ze leeg loopen door eyengroote gaten. De tijden , waarinovereenkomende geaeeltens leeg loopen , zijn gelijk 1 tot 2, omdatin tweemaal den tijd met een dubbele Snelheid een vierdubbele Hoe-veelheid uitloopt ; maar dewijl de tijden in dezelfde Reden zijn voorelk overeenkomend gedeelte, zijn de tijden, waarin de geheele vatenleeg loopen, ook gelijk 1 tot 2. Indien de vaten zijn, gelijk 1 tot 9,
II. Deel. Pp zul-