Band 
Tweede deel.
JPEG-Download
 

' Vuur en Het ie, z8i

39. Wijle de geleerde en ichrandere Dr. Br ook Tayhr en ik hebben xeenigeProeven genomen, waar uit ons bleek, dat werkelijke [ a[iual ]Hette tot gewaarwordelijke [sensible'] Hette was, gelijk Beweging is

tot

delstbf in heete lighamen niet veel toe„ tot de grootte en duurzaamheid van„ hare Hette? en deelen heete lighamen,, hare Hette niet meê aan de rakende„ koude lighamen door de Driliingen van,, deze Middelstof, van de heeten tot de„ kouden voortgezet ? en is deze Mid-„ delstof niet grootelijks ijler en fijner,„ dan de Lugt, en grootelijks veerkragti-,, ger en werkzamer? en gaat ze niet ge-„ reedelijk door alle lighamen ? Ligtkun-,, de , Vr. 18. De Veerkragt van deze„ Middelstof moet naar Evenredigheidj, van hare Dikte [ Density ] over de„ 490 000 000 000 maal grooter zijn,„ dan de Veerkragt van de Lugt is naar,, Evenredigheid van hare Dikte. Vr. 21."Zulk een Kragt is genoegzaam, om eenhevige Graad'van Hette te geven, inzon-derheid wanneer hare Veerkragt veel ver-groot wordt door de schielijke Werkingen Tegenwerking der deeltjes van debrandstof en omringende Lugt.

Uit deze klaarblijkelijke Aantrekking,Werking en Tegenwerking, die 'er is tullende zure , zwavelagtige , en veerkragtigeLugtdeeltjes, mag men niet zonder redenbestuiten, dat hetgeen men Vuurdeeltjesnoemt in Kalk en vele andere lighamen,die het Vuur ondergaan hebben, de zwa-velagtige en veerkragtige deeltjes zijn vanLugt, vast gelegd in de Kalk, welke deelt-jes , terwijl de Kalk heet was, in een zeerwerkzamen, aantrekkenden en wegdrij-venden staat waren; en, terwijl de Kalkkoud werd , vast gehouden wordende inhet vaste lighaam van de Kalk op de ver-scheiden aantrekkende en wegdrijvende af-standen , waar in ze zig bevonden , moes-ten ze noodzakelijk in dien vastgelegdenstaat volharden, niet tegenstaande de he-melse Middelstof, die ondersteld wordtalle lighamen vrijelijk door te gaan, de-

zelve gedurig aanzette tot Werking; maarwanneer de vaste zelfstandigheid van deKalk wordt ontbonden door het bijgietenvan eenige Vloeistof, daar door uit hareboejen ontslagen zijnde , zijn ze weer invrijheid , om aangedaan en bewerkt teworden door elkanders Aantrekking enWegdrijving, waarop een hevige Opbrui-sing volgt door de Werking en Tegen-werking dezer deeltjes, welke Opbruisingniet ophoudt, voordat een gedeelte vande veerkragtige deeltjes ondergebragt envastgelegd zij door de sterke Aantrekkingvan de Zwavel, en het andere gedeeltegebragt zij buiten den Kring zijner Aan-trekking, en daar door afgestooten wordetot ware bestendige Lugt. Dat dit eenwaarschijnelijke oplossing van de zaak is,mag men met goede reden besluiten uitde veelvuldige blijken, die we in de voor-gaande Proeven hebben , dat overvloedvan veerkragtige Lugt op denzelfden tijdvoortgebragt en opgeslurpt wordt doorhetzelfde gistende mengsel. Sommigemengsels hebben we meer Lugt zienvoortbrengen, dan ze opslurpten, en an-deren integendeel meer Lugt zien opslur-pen, dan ze voortbragten, gelijk het metde Kalk was gelegen.

CXIX. PROEF.

Dat de zwavelagtige en lugtige deeltjesvan 't Vuur gehuisvest zijn in velen vandie lighamen, waar op het werkt, en der-zelver gewigt daar door veel toeneemt,is zeer blijkbaar in Menie, die men waar-genomen heeft ontrent gedeelte in ge-wigt toe te nemen door de Werking van't Vuur te ondergaan, gevende de rood-heid van de Menie te kennen de bijvoe-ging van veel Zwavel in de Bereiding :want gelijk Zwavel bevonden wordt zeerBbb 3 sterk