1 7 5 • Aanmerking op WIEL E Ns van Wagens.
Stukken van een Kegel zijn, zouden de Wielen, zelf op een vlakkengrond,altijd tragten van elkander te wijken,en op elke omdrajingge-drongen worden, om in de Raak-lijn te loopen.
Pl xxii. z. Indien de Assen in zulk een regten Streek zijn, als in Tlaat XXILii& ' 6 ' Fig. 6. van dit III. Deel, zouden de Wielen, gedrukt door het onder-ste gedeelte van den As, gedurig afschietende zijn, en sterk drukken-de tegen de Lensen in b , met zoo groote Schuring, als of ze druk-ten op hellende Vlaktens, om de zelfde reden, als de dubbele Kegelopwaarts schijnt te loopen.
4.. Men moet bedenken, dat alle Sporen van Wagens of Karren doorde zelven ten naasten bij regt op en neer in den grond gemaakt wor-den , en indien de Assen regt waren, moesten de Wielen regthoekigmet den As bewegen.
Alle Wielen zijn sterkst, wanneer ze hol, of schotelgewijs staan,namenlijk wanneer de enden van de Spaken in c in Plaat XXII. Fig.8. bij de Naaf in het ééne Wiel digter zijn bij die enden in het andereWiel, dan de Veilingen. Die Spaken moeten dan [wanneer de As-sen regt zijn] gedurig schuren, wanneer ze dieper in den grond gáán,Fig. s. en de Sporen in een scheuine gedaante snijden, gelijk in Fig. 8. ; maar ÍnFig. 9. den stand van Fig. 9. zouden ze ingaan, en uitkomen, zonder de viervolgende ongemakken, die de eerste verzeilen,
I . Dat het de Spaken slijt, en de Steenen in de kanten van de Spo-ren tussen de zelven ingeperst worden in een nawer ruimte, en de zel-ven dikwijls breken.
II. Het zagte of stijve stof, of de klei wordt ingestooten, en alsWiggen, tot een smaller gedeelte geperst, en blijft dus aan de Wielenhangen , zoodat ze als de gedaante van Molen-steenen krijgen totgroot nadeel van de paarden, die behalve de Schuring dat bijgevoeg-de gewigt moeten trekken.
III. Wanneer de Wielen ingefchoven worden, en naar buiten schie-ten tot de grootste uitgestrektheid van den As, zou ’er een dubbeleKragt van nooden zijn, om het rijtuig voort te trekken.
IV. En in den laatsten staat, wanneer het ónmogelijk is, dat deWielen iets wijder van elkander konnen schieten, zou het rijtuig nogregts, nog links om konnen drajen.
§. Uit aanmerking van de hinderpalen, die de Wielen gedurig ont-moeten, moeten ze wat Ipelens hebben, en de As moet wat in en uit
de