AÀN DEN Z EL VEN -HEEREEDELE ACHTBARE HEER,
S nu vyfjaaren geleden, dat de
'•Heer EVERHARD RUM-
PHIUS de Opdragt , die hiervoorgaat , ten aanzien van den wenzently-ken inhout , aan Uwe Ed. Achtb 1 .op Am-boinaschreef. Door toedoen en genegenheitvan Uwe Ed. Achtb 1 . is ’t werk van dienHe ere my, hoewel eer si in denjare zeven-tien hondert een, in handen gevallen , datdan van my vervolgens op depersje wierdgebragt , daar het door verschelde toeval-len, dikwyls aan de menschelyke zaaken
verknocht, veel langer dan wy ons verbeeld-den op gezwoegt heeft : zoodat wy zelfszomtyds aan t volenden begouden te wan-hoopen, en nauwlyks wijlen hoe wy denLiefhebberen, die 'er naar reikhalsden,zouden ophouden en vergenoegen.
Dieswegen, Ed. Achtb. Heer, moetik my ookby Uwe Ed. Achtb 1 . verontschul-digen, 't ge ene dan verder tot mynegemeeneverantwoordinge by de wereld moge strek-ken .