Buch 
D 'Amboinsche Rariteitkamer : behelzende eene Beschryvinge van allerhande zoo weeke als harde Schaalvisschen, te weeten raare Krabben, Kreeften en diergelyke Zeedieren als mede allerhande Hoorntjes en Schulpen, die men in d'Amboinsche Zee vindt / beschreven door Georgius Everhardus Rumphius : daar beneven zommige Mineraalen, Gesteenten, en soorten van Aarde, die in d'Amboinsche, en zommige omleggende Eilanden gevonden worden ...
Entstehung
JPEG-Download
 

RARITEIT-KAMER. III Boek. rzi

ven schorsse bedekt. In de naaste rivier van den rooden berg vind men een slegter soorteBatu goela , meest van langwerpige stukjes tzaamen gezet, gelyk een groven Ami-anthus , zonder tafelen of vlakten: Batu Goela verschilt van het krystal, behalvenaan de figuur, ook hier in, dat Batu goelaa\tyà een dooven glans hfeeft, meteenkleine slag bryzelt, by nacht tegen malkander geslagen gansch niet vuurt, ook in*t vrywen geen keyachtigen reuk van zich geeft, al het welk 't krystal doen moet :

Men zoude dit Amboinsche Batu goela vergelyken konnen met dat onvolmaakte slach fff o k [ mivan bastaart krystal, 't welk men in Zwitserland Gletscher noemt,t welk egter haar eenmethetooripronk zoot schynt niet uit eenen steen zap, welken de koude vochtige klippen uit- pheG íet-zweeten, maar uit een veroudert ys heeft. sciier -

d Argyrodamas, door den Hr. Rumphius beschreven , die ons ge ene afbeeldingen van de-zelve geeft , veel ligt om dat het by zyn Ed. meest gedaantelooze zaaken zyn, gelykwy ook verschelde hebben , zynde maar ruuwe klonten , en niet waardig af te beelden :

'Deze [loste word by de bergwerkers alhier Krystal-talk, of ook wel g\cts-¥^ryik:i] genaam t -,waar van verschelde soorten zyn , doch onder dezelve munten uit , die in Engeland ,en wel inzonderheit tot Cornu wal, gevonden r wor den : Zy zyn schoon zilverglanzig ,wit en meest doorschynend -, Haar gedaante is die altoos van een fcheeve ruit , plat ennaar de kanten met een lyst scherp joeloopende , als of dezelve geste et en waar en-, echterzyn zy zoo natuur lyk gegroeit , ten bewys is , dat veeltyds int midden , ook wel op de zy-de van dezelve wederom een. andere van die gedaante ter halver wege uitsteekt. Zie opde plaat LIL een groote verbeeldt by N°. i. en een andere by N°. 2. uit welkers zydeeen halve gegroeit is: Haar ft of en hoedanigheid komt over een met de befchryvingvanà à Kumphius.

XXI. HOOFTDEEL.

Crystallus Ambonica.

M Est heeft in de Amboinsche en omleggende Eilanden een soort van slegt Crj-Krystal op de zelve manier aan ruuwe klippen groeijende, als de regte : Amboni-Men vind weinige stukken, die den regten gelyken, en die zyn klein, c s b f^ hre 'niet boven een schaft dik j d'andere zyn meest vol scheuren, schurft, vuilvan koleur en oneffen -, zommige zyn aan de eene zyde enkelde donkere keisteenen,vuilwit of geelachtig, aan dandere helft doorfchynende als Krystal : Zy hebben alle Zjede6 zyden, gelyk het Mathematische corpus Chrisma of eenhoekige Cylinder , en eindi- 3gen boven in een punt van even veel zyden als een Diamant, doch aan de meeste af-gebrooken: De grootste, die ik in Amboina gezien hebbe, zyn een vinger dik enlang : Zy groeijen als een vrugt uit ruuwe en grove bergsteenen, altyd veele by mal-kander , niet regt opwaarts, maar schuins en verwerf door malkander,hebbende gemeenlyk een of twee grootere, en daar rondom al kleinder, en klein-der ; ook dikwyls op de vlakte van den steen een krystalachtige korst , als hunVoet : hun natuurlyke plaats zyn de groote grauwe klippen, daar in de kuiltjes staan,

Zoo wel buiten als binnen daarde, ja zelv die onder het water staan ; de grootste vind tsaar dsMen op hooge bergen aan zoodanige klippen, die overhangen, en daar omtrent een ffmfdederivier ontspringt, welkers kuilen men van binnen bezet vind met kleine Krystalletjes, kleinsteeen lid van een vinger lang, een schaft en een halm dik, alle seskantig ende puntig, groa B n -doch de zyden zyn niet alle effen breed, maar onordentlyk, zoo dat J er zomtyds eengeheele zyde toegegroeit is 5 waar door de steen vyfkantig word : In de rivieren vind Enhoewen deze stukjes hier en daar verstrooit, zomtyds ook int veld, als men graaft, de- h fomu datWelke daar geenzins gegroeit, maar van de bergen afgespoelt zyn5 want het schynt,dat deze steentjest zy door hun rypheid,tzy door stormwinden, pl,as-regen , ofan- vondestde r geval van hun moeder-klip afraaken, en zoo met de rivieren afgespoelt worden j worden '

on-