D’ A M B O IN S C H E
RARITEIT-KAMER,
Behelzende eëne
BES CHRYVING
van allerhande > zoo weefce als harde,
SCHA ALVISSCHEN.
INLEIDING.
IT Werk is van de Beschryving der Dieren afgezöndert , en heeft fyteivmde Tytel van d’ Amboinsche Rariteit-Kamer aangenomen, om datdaer^^*"in beichreeven worden de dingen, zoo van lévende als levenlooièSchepselen» die, of wegens hunne zeltzaame figuur, of om datze zel-den gevonden werden, de Liefhebbers tot rariteiten plegen te bewa-ren, en is verdeelt in z Boeken.
Het eerste Boek behelst die geene, die men weeke Schaalvisten, {^ ou ^in’thatynRiscesCruflaceos, in’t GrieksMalaco/lrea, noemt, die wél eene harde, dog breek- Boek.zaame Schaal hebben5 gelyk daar zyn Kreeften, Krabben, Garneelen » Zeëappels enZeesterren: waar van de twee laatste soorten ook Zoophyta, of Riant animalia heesen.
Daar op volgt, in ’t tweede Boek, het tweede Hooftgestagt* 't geen men eigentlyk QJira-coder ma , of Scleroftreai dat is harde Schaalvisten noemt, en die een steen-of beenhar-de schaal hebben, waarmede zy het geheeleflyf, behalven den mond, bedekken- alsdaar zyn Hoorntjes, Schulpen, en Oesters. Dit is de eigentlyke Kamer der liefhebbery,of vergadering van alle rariteiten in Hoorntjes en Schulpjes bestaande, die ik in de Amboin-sche Zee heb konnen opzoeken, en waar door ons Amboina in geheel Europa bekent is.
In het derde Boek fuit gy hebben verschelde Mineralen » raare Gesteenten, Aarden, Het derdeen Sappen , die men in deze Oostersehe gewesten vind.
A De