V O O R RED E N.
técht mag het zoo heeten» dewyl het in de ingewanden der aarde geteelt,gekoestert, en voldraagen , daar na , door de vroedheit der menichen,in hunnen schoot, om zoo te ipreeken, gebaart, en eindelyk, om hetgangbaar te maaken , met de beeltenis der Hooge Overigheit bestempeltwoidt. Maar wat meld ’er onze Natuuronderzoeker van ? 't Opschrift, ’t geende Beschryving beantwoordt spreekt van de vervalsching van ’t gout inIndien , en dat door twee looze vonden, die de list der Europeërs zelf schyntte overtreffen, doch hierdoor den Schryver, ter waarschouwinge, ontdektworden. Maar flux volgt ’er op eene waterproef, van gout en zilver, voorde kundigen, die op den toets dezer metallen afgericht , met de verfchei-e *s°K ' en ^rekeningen hun voordeel konnen doen. Maar zie verderver cheide wyzen van gout te toetzen, en waarop het hecht, of geen proefoudt. Wat Suasia voor een metaal is , word hier wydluftig beschreven;an hoe zommige Bergstoffen door den geest van ’t zout beproeft worden ;en vervolgens vinden we eene befchryvinge van zeldzaam Yzer-in Indien ,maar meest van de valfche Wonderwerken, die eenen Priesterlyken Koning,<op den Javaanschen Oostkant, met yzere ringen en armbanden verricht.
an t metaal Gans ge heet en , vind men hier ook meldinge, en daar byeene gilling des Schryvers omtrent een brok van een metaal Radt, ’t geenmen Wil dat uit de lucht is gevallen. Maar de Dondersteenen worden ver-volgens, in hunne veelerlei gedaanten en fatzoen, vertoont, en men vindnier over zoo veele bondige redeneeringen , zoo wel van den Schryver,a s van den Aantekenaar, dat men ten minsten van de waarheit, wat zommigerongeloof hier tegen verzint , moet overreedt zyn. De Donderfchopjes,ie misschien hier Donderbeitels heeten, worden in ’tbyzonder verhandelt,waar van verwonderlyke dingen voorkomen.
, ^ooh waar toe ons verder in ’t benoemen of aanhaaien van deze Won-derstukken der Nature ingelaaten , die best uit het Boek zelf te zien ente kennen zyn , waar heene wy den opmerkenden Lezer voor al het ove-nge verzenden ; en, lust het hem, kan hy ’er de lyst der Hoofdstukkenover nazien. Ondertuflchen hoopen we dit Werk, schoon het den top vanvolmaaktheit niet heest bereikt, waar toe geene menichelyke dingen koo-men, echter de goedkenninge der Liefhebberen zal behaalen , en plaatsin hunne boekeryen, gelyk het dubbel over verdient, gegunt worden.
Hier mede wenfchen wy hun allen welvaart , en dat dit Werk tot hunzonderling voordeel en vermaak gedye.
Amsterdam deni van Slagtmaand1704.
E HALMA,