Buch 
D 'Amboinsche Rariteitkamer : behelzende eene Beschryvinge van allerhande zoo weeke als harde Schaalvisschen, te weeten raare Krabben, Kreeften en diergelyke Zeedieren als mede allerhande Hoorntjes en Schulpen, die men in d'Amboinsche Zee vindt / beschreven door Georgius Everhardus Rumphius : daar beneven zommige Mineraalen, Gesteenten, en soorten van Aarde, die in d'Amboinsche, en zommige omleggende Eilanden gevonden worden ...
Entstehung
JPEG-Download
 

Gevoelenvan Pli-nius.

En redenwaaromhy de on-derlingeliefde der

26 D AMBOINSGHE

Want, op dat ik met Tlinim lib. 9. cap. 42. ipreeke, de Tinna, of hier te land deChama , een groot plomp beest zynde, doch, zonder gezigt, opent zyne schulpen , dekleene vischjes aanlokkende, die dan zonder schroom daar in Iwemmen en speelen.Het Pinnewagtertje nu ziende dat zyn huis vol vreemde Gasten is, nypt zynén Hos-pes met de scherpe schaeren int vleesch, dié terstond zyn schaale stuit, de ingeslo-tene vischjes dood) en tot zyn voedzel gebruikt, gevende zynen Kameraad een gedeel-'tenfewyst te van ' waar lut Plin. loc.ck. wil bewyzen , dat onder de Watergedierten ookeenige driften van onderlinge liefde en vriendschap gevonden worden ; en het is zeeker-lyk wonder, dat deze verslindende Schulpvisch zulkeene tfoüw, en vriendschap onderhoudmet dit kleèn beestje,t welk daarin zonder schade woonen kan ; echter met die voor-zigtigheit, dat ieder 8chulpje niet meer dan een Garneeltje lyden wil, waar uit men be-stuiten mag) dat de jonge Garneeltjes, van de oude voortgeteelt, straks andere Tinnasof Chamas moeten zoeken, daar in ze woonen mogen.

Hun^ naam Hun naam int Latyn is Tinnoteres, dat is, Pinnewagter, en Tinnophjlax , en isving. te onderscheiden van Tmnotheres , int voorgaande Hooftdeel beschreven.à Soorten In de Letterscliulpen heb ik, in Oogstmaand 1683, tweederlei Wagtertjes gevonden,

Schryver de eerste was een Garneeltje ter lengte van eenen vingernagel, hoog oranje,Terschulpên 8^1 en half doorschynend, met dunne witte pootjes. Het ander was een Krabbetjegevonden, uit het gestagt van de Cancellis Anatnm , qualyk zoo groot als de nagel van een pink,met een bultig verheven schild, voor ipits toeloopende, grauw en week; hadde al-reeds Eyeren onder den staert : zy waren beide levendig, en liepen heen en weêr.Het scheen ons toe dat het eerste een jongetje was van een Zeekreeft, en het andereen jong Endte Krabbetje, die zoo kleèn zynde ; in deze schulp kruipen, want menvind ze niet in alle.

Van de Pinoteres of Pinnenwachters , ontbrèèkt de afteekeninge ook , doch zy zyn Van dén zelven aart als diein , t voorgaande Hooftdeel ; zie wat wy daar hebben aangetekent.

XXIV. HOOFTDEEL.

Fan den CancerBarbatus.

CancerBarbas us ,of Baart-irabben.Haar ge-daante.\ie dePlaat X.No. 2.

It is een kleene Krabbe, wat minder dan een Ryxdaler groot, van maakzelniet veel verschillende van den gemeenen Cancer Caninus » redelyk dik vanlyf, en groot van schaeren, die boven by de tangen een bosje zwart haaitof borsteltje hébben, als Tapoeze haair,t welk haar van andere Krabbenonderscheid, en een zeldzaam aanzien aan deze geeft ; het zyn meest mannetjes, want zehebben den staert aan den buik vast ; zy houden haar op in versche Rivieren, dochmaar in zommige ; want op Amboina, in den * Oliphant , vind menze met kleene kor-En word te haerden; maar op Ceram in de Rivier van Hatihau, vry wat verre int gebergte ;

op verjchei- 1 ' i ri

depiaatze# vind men de grootste en raarste, die vry groote, en wat gekrulde borstels opdeicnae-gevonden. hebben. De Alphoreezen van dat Land gebruiken ze tot de kost.

Haar naam int Latyn is Cancer Barbatus ; int Maleits, by provisie, Cattam Gi-gi Boeloe, want dInlandsche naam is my noch onbekent.

Deze gebaarde Krabben komen jaarlyks met groote troppen den Oliphant afdry-ven, kort wanneer het Wawo voorby is , duurende maar twee of drie dagen,- daarna vind men zet geheele jaar niet meer: doch ik heb aangemerkt, dat ze alle Jaar^ niet afkomen. Zy zyn goet in de kost, en de groote schaeren bewaart men tot rari-

tot fpys. teiten, dewyl ze niet veel minder dan de Ceramfe gebaert zyn.

De Cancer Barbatus, of Baart krabbe , is afcebeeld op de Plaat N°. X. en N°. II.

XXV. HOOFT*

* Zekere flroom in Amboina, dus geheeten ,