Buch 
D 'Amboinsche Rariteitkamer : behelzende eene Beschryvinge van allerhande zoo weeke als harde Schaalvisschen, te weeten raare Krabben, Kreeften en diergelyke Zeedieren als mede allerhande Hoorntjes en Schulpen, die men in d'Amboinsche Zee vindt / beschreven door Georgius Everhardus Rumphius : daar beneven zommige Mineraalen, Gesteenten, en soorten van Aarde, die in d'Amboinsche, en zommige omleggende Eilanden gevonden worden ...
Entstehung
JPEG-Download
 

D AMBOINSCHE

de taaien.

J Soort.

Zie de

warm water leggen, tot dat de brakkigheit uittrekke, en dan in de lieete Zon of istden rook droogeiï, zoo kan men het een tyd lang bewaaren. Maar by regenachtigweer, osais het vochtige lucht raakt, valt het ligt van malkander.

Haar íe- Haar naam ín 't Latyn is Stella, Marina Quarta & Artocreas Marinum : Belg;. Zee-

naming - °

m verjcha- pasteitjes ; int Amboins Sasannai als boven.

Men vind ze veel op Cerams Noordkust voor Affahudi , en op Bonoa $ als ook inhet binnenste van den Amboinschen Inham.

V. Stella Marina Quint a & Scolopendroides , is de kleenste, doch levendigste onderalle Zeesterren , afzienlyk van gedaante , want het Lichaam is kleen en plat als eenSpinnekop, boven afchgrauw, glad, en met vyf vooren afgedeelt, boven op maar metPlaat XV. een velletje bekleed, van onderen schaalachtig, uit den ronden vyf hoekig. Hier aan

en q * staan vyf lange en smalle takken, van enkele wervels tzamen gezet, naar alle zydestbuigzaam, als of het vyf lange wormen waren, aan de kanten met twee rygen steensvoetjes bezet, die haar teenemaal de gedaante geven van een Duizendbeen, zoo datmen ze daar voor aanzien zoude, als men het lichaam niet ziet. Onder aan de takkenziet mengeene scheuren, gelyk aan de voorgaande, alleenlyk van den mond gaan vyfkorte scheuren uit. Het dier kan deze takken naar alle kanten ras beweegen, gelykde Zeekat haare armen, en maakt daar mede ook eenen raison gang, dezelve met vee-ls bogten voortwerpende, en dan het lyf natrekkende. Als men een tak aanvat,kruipt het dier wég , en laat 'er een stuk van in de hand ; ook is het wonder-lyk om te zien, dat deze takken in veels stukken gekapt, zigalle noch lang bewee-gen , gelyk de afgekapte staerten van de Haagdiison. Maar als het geheels dier be-gint te sterven , krult het zyne takken over 't hooft in eenen bol , en sterft zooin malkander gerolt ; in 't lyf vind men niets vleeschagtigs - maar alleen een zwartbloed, is daarom ook tot de kost onbequaam.

Haar naam is Stella Marina Scolopendroides ; in 't Ambons op Hitoe, Sanna Wardmanuhuhi iets dat naar Vogelpluimen gelykt, verstaande daar mede de dunne pootjesaan de takken.

Men vind haar op steenachtige stranden , daar men qualyk een steen kan opligten ìof men vind ze daar onder, weetende zich ras te verbergen en weg te kruipen ; mestziet'er schier niets aan dan straalen of takken, zoo dat men meenen zoude het een partyDuizendbeenen te zyn, 't geen ieder een vervaert maakt om haar aan te tasten.

Van alle de Zeesterren word niets tot de kost gebruikt, behalven dat ik zommige In-landers van de Zuid-ooster Eilanden gezien hebbe, die de eerste, en vierde soort totipyze bezigen, maar ik heb niet konnen ervaaren hoe zy die toebereiden -, anders word'er een Aas of Ompan van bereidt, 't welk zy in de Bobbers der Vischvuike leggen,om de Visch daar binnen te lokken ; hier toe neemen ze alderhande Zeesterren, braa-den die op kooien, stootenze, en vermengen ze met andere sterkriekende dingen, estbinden dat in den buik van de Bobbers. In Hifi. Antill leest men aangemerkt te zyn,dat de Zeesterren in de Caribische Eilanden, als ze eenig onweêr voorzien, met haareZ 0 jSm ar kleene pootjes veele kleene steentjes omvatten, zoekende haar daarmede te bezwaaren,bewaaren. G f als met ankers vast te maaken, op dat ze van de Zeebaaren niet geslingert worden.Die van Hoeamohel bereiden ze tot de kost aldus : zy neemen die van de eerste of vierdesoorte, soyden ze in stukken, en douwen'er het zwarte bloed uit, kooken ze dan in watesmet eenige zuure bladeren, als Condong of Tamaryn , enlaaten ze een paar dagen daasin staan ; daar na schrapen ze de buitenste dikke of ruige huid af, soyden ze in kleene stuk-jes , en kooken ze nochmaals met Santang Calappa ; waar na ze van hen gegeeten worden.

Stella,Marina, °f Zeestarren, zyn -veele soorten , waar van ons geene afbeeldinge zyn toegekoomen , dan dieoy de Plaat N°. XV. verheelt staat met de letter A. die , om haare gedaante ,oo£Zeepasteijen genoemt worde#;I)e Stella Marina Scolopendroides, is aangeweezen met letters, die met doornen omzet is , en letter C. **een andere soort , doch geheel glad. Wy hebben hier , om haar ongemeenheit , bygevoegt eene vierstraalige ,kent met letter D. en eene vyfflraalige met letter E. beneffens eene negengmtige , met letter F. die ons dooi"den Heere DoSlor DAquet zyn toegezjonden , welke alle in V leven 30/4 maal grooter zyn dan kWv verbeeldt staan,

XXXV. HOOFi^

Haar bena-ming enwaarom.

Waar ge-vondenworden.

De yee-Jlerren zynonnut totspyze.

Doch die-nen vooraas derViJJihers.