Buch 
D 'Amboinsche Rariteitkamer : behelzende eene Beschryvinge van allerhande zoo weeke als harde Schaalvisschen, te weeten raare Krabben, Kreeften en diergelyke Zeedieren als mede allerhande Hoorntjes en Schulpen, die men in d'Amboinsche Zee vindt / beschreven door Georgius Everhardus Rumphius : daar beneven zommige Mineraalen, Gesteenten, en soorten van Aarde, die in d'Amboinsche, en zommige omleggende Eilanden gevonden worden ...
Entstehung
JPEG-Download
 

RARITEIT-KAMER. II Boek. w

rugge , zoo dat ze bykans de helft van den omloop bestaat. Hier uit volgt dat dit ge-slacht van tyd tot tyd zynen mond aan de schaal verandere, of nat vervolg van draai-dingen voortzette. De tweede manier geschied door uitrekking overt geheele lyf naar De tweedealle kanten , (per extenfionem totius corporis tefiacei') want dit stag behoud altyd een mamer -en den zelfden mond, maar het geheele lyf word grooter Naar deze manier groeijenalle Porcellana en Cauris. De derde manier geschied door toezet en uitrekking te ge- De derde.lyk , (per appojïtionem & extenfionemsimid ) gelyk doen alle Schulpen , Mosselen enOesters, die niet alleen aan den voorsten rand een toezet krygen, maar de schaal in zichZelfs , of veel meer haare blikken [ Lamella ] worden overt geheele lyf ook dikker,krygende, zoo t fchynt, haar voedsel uit dunne adertjes die aan den Spondylo vast zyn.

Doch by alle staat aan te merken, dat de oude deel en der schaalen , inzonderheid aan Aanmer-haar buitenste huid en uitsteekende hoornen , zoo veel voedsel niet meer krygen , ofZoo veel invloeijing van het dier niet meer hebben , als de jongste toezet ; want allehoekken, doornen of nagels, die eens volmaakt zynde afgebrooken worden, groeijenniet weder aan.

II. HOOFTDEEL.

Nautilus Major Jive crajfus : Bia papeda.

Oor het eerste geslacht van de efenschaalige en gedraayde hoorentjes, stellen De Nau-wy die geene , dewelke van binnen een Paerlemoer schaal hebben, of im- tllm à-

J u ]or eerjie

mers zoodanig blinken als of het Paerlemoer was. Deze zyn van vericheide gejlacht.gedaanten , waar onder uitmunt de Nautilus , draagende eene gemengde natuur van, Visch en Schulpen, waar in hy van alle andere Schaal visschen verschilt ; want de Vischdie daar in woont of die deze Schulp formeert, is een slag van den Tolypus of Veel voet,

Verdeelt in twee soorten grove en fyne , die wy ieder zyn byzonder hoofdstuk zullengeeven.

Nautilus Major Jive crajfus , is het geen men inc gemeen Paerlemoer hooren noemt, Dezelve

Waar van wy de twee voornaamste deden , ieder int byzonder , beschryvén zullen, h fjj ree '

teweetenj de Schaal of het Huisje, en den Visch die daar in woont. De schaal heeft de ge- Zyne g*.

daante van een gemeene Slekke, of yan dat verdichte hooren [ Cornu Ammonis , ] of ook

^vel van een rond bootje ; want de kiel is recht rond, van vooren naar achteren omtrent P aatr . 3 N. XVII.

0 en 7 duimen lang , het voorste deel maakt het Bootje ,t welk boven open staat letter A.

4 en y dwers vingers breed. De achtersteven verheft zich boven deze vlakte met eenr °nde krul, die in zich zelf gedraayd en gewonden is, nergens geopent, maar ganschtoe verwulft. Van het hol of ruim des Boots is hy van binnen afgescheiden door een af-fchutzel, \JParietem intergerinum ] in wiens midden een rond gaatje is, daar een dikkebaalde door kan , van buiten wyd, en van binnen in een kort pypje eindigende. De iy tinnenkrul is van binnen verdeelt in ontelbaare Kamertjes , door diergelyke Scheids-Muuren ^Kamertjes^le in de midden het voorfchreeven gaatje hebbende. De schaal heeft twee korsten vast .

°P malkander liggende, en echter qualyk de dikte van een mes uitmaakende. De bui- y plaattenste korst is grof gelyk aan andere schulpen en met fyne scheurtjes, wat oneffen, vuil jjfjj°f bleek wit j aan de kiel van eenekoleur, naar achteren, daar de krul begint, is ze over- M 0r i ac h-dwars, met veele bruine en breede banden geteekend, dewelke allenxkens stnaller wer-den. tot aan het opperste van de krul : De ander helft der krul naar binnen ziende , is^Wart en het onderste deel zilver verwig. De binnenste korst is tweederlei, want die van En binnent Bootje is schoon Paerlemoer verwig , doch meer groen en rood vertoonende , een ïfffjf^eerschyn als een reegenboog van zich geevende, doch niet doorschynend al is ze schoonS e maakt, wanneer ze schaars de dikte van een half mes behoud. De scheids-muuren,

H 2 of

/