Buch 
D 'Amboinsche Rariteitkamer : behelzende eene Beschryvinge van allerhande zoo weeke als harde Schaalvisschen, te weeten raare Krabben, Kreeften en diergelyke Zeedieren als mede allerhande Hoorntjes en Schulpen, die men in d'Amboinsche Zee vindt / beschreven door Georgius Everhardus Rumphius : daar beneven zommige Mineraalen, Gesteenten, en soorten van Aarde, die in d'Amboinsche, en zommige omleggende Eilanden gevonden worden ...
Entstehung
JPEG-Download
 

R ARITEIT-K AMER. II Boek. d/

gevangen word in de Adriatische zee? of Golf van Venetien aan de zyde van Italien , Venetìenonder andere Zeekatten zomtyds naar den strand zich begeevende om aldaar te wey- wordenden,t welk niemand aan de Oost-Indifche ooit heeft bemerkt, die nergens dan in de rui- l evonden 'me zee, en altyd een alleen gezien word. Onze Nautilus heeft onder de baarden inde opene buyk noch een pyp, waar door hy het water uitipuygt, en dat vry wathoog, en de visschers dik wils int gezicht; achter aan dezelve pyp hangt een blaasje,gelyk aan den Tolypus en Sepia , doch hier in vind men geen rood, maar een bruynpaars bloed. Voorts blyft noch voort menfchen verstand verborgen; hoe dezen vifch Hoehyz yn schaal formeert, daar aan hy nergens vast is, en echter t' zaamen grocyen, nooit Yeklmt ^ndaar uit springende dan by nood, wanneer men de leege schaal bekomt. De vifch gaat denSchry-

f iscy'

naar den grond, maar niemant weet of hy wederom een ander huys formeert : Immershet is een viich zeer teer, en straks sterft hy als men hem een weynig handelt, zelfsm zeewater kan men hem niet lang int leven bewaaren. De zwarte randen van den van leven.Verichen aan de kiel, kan men eenigzins wit wryven met wit fyn zand, doch aantbovenste van de achtersteeven gaan ze niet uit. Zyn bruyn bloed verschiet mede doort lyf, en maakt plekken, doch aan de dooden verbleeken ze. Ik heb in hunne maa-gen ook gevonden stukjes van andere baarden, en zyne eyers lagen buitent lyf int hol van de schulp, doch aan den vifch vast.

He Nautilus tennis, word by om Nautilus, by de zeevaarende liedent Schippertje, (om dat %y die veel over de zeezien vaaren) doch by de oude liefhebbers , de doekehuyf genaamt , wegens haare gedaante en teêrheit , want zyeer een kamerdoeks huyfje , zoo als eertyds gedraagen wier den, gelyken , als een hooren Uyt zoo een woest elementals de zeè is. Ik hebbe zoo een Nautilus gezien, die omtrent een Amflerdamfihe houtvoetgroot was , en, zjoo ik berichtben , tegenwoordig word bewaart int Cabinet van den groot Hertog van Florence , die een groot liefhebber vannytmuntende zeegewassen is. Des Schryvers opmerking omtrent het of rechten vanr bezaantje of klein zeyltje, waarmede dit dier vaart , verdient geloof , vermits zyn E. booven zyn nauwkeurig onderzoek , daar zelf oog getuygenisvan heeft , daar alle de andere Schryvers zulks meest uit mondelyke berichten hebben , gelyk ik zelf mede van veeleZeevaarende luyden heb verstaan , die my verzeekerden dat dit dier voor aan een opgerecht zeyltje heeft', of't zou kan-nen zyn , dat het een andere soort was , den Schryver onbekent. De overheden Hr. Volkertsz een der grootste Liefheb-beren en kenders van zynen tyd, heeft een diergelyke naar 't leven laaten afteekenen , en door Savry, benepens veeleandere uitmuntende hoorens , in 't kooper brengen , welke nu noch berustende zyn in 't voortreffelyk Cabinet van denE- E. Heer La Faille, Hoofd officier der stad Delft. Ik heb een afbeelding daar van , welk ik goet dacht hier neevenste zetten, zie hem verbeeldt op dezelve plaat met N- 1. N. 2. is het zoo genaamde bazaantje, en N.z. zyn deriemen ,waar mede hy zich bestiert of wel voortroeyt, de hooren is van een heel ander maakzel, want hy op zyn ribben ge-knobbelt is. Die Eugelfchen liefhebber , M. Lifter geeft hem in zyn Historia Conchyliprum, lib. iv. fect. iv. een veelgrooter zeyl, veel licht uit gissing', doch deze van Volkertsz komt met de zeylaagje van die Gefnerus heeft laaten af beel-den best overeen: alhoewel de hoornen van Gefnerus, M.Lister, Bonanus en dezen Schryver malkander beter gely-ken. Èehalven die twee soorten, die de Meer Rumphius ons geeft, zyner noch verscheyde andere. Deze getekentmetN.4, is in verscheyde Cabinetten te zien', hy is veelfynder dan de voorgaande, breeder van kiel , wyder van buyk,witter van stof, en op zyn striemen ge knobbelt. Noch een andere soort is 'er, die deze heel wel gelykt, dochiszmaldervan kiel, en fynder geknobbelt, zonder striemen', waar van eenige te zien zyn in de uitmuntende Cabinetten vande Heeren dAquet, Feytemaas; en wel de grootste en beste die bekent is, by Juffr. Oortmans groot liefhebster vandiergelyke fraijigheeden. Mier volgt nu noch een andere soort alleen (voor zoo veel ik weet) onder my maar berustende', ziehem afgekeeldt op dezelve plaat met N. 5. Hy heeft de gedaante van een waterlandsche boerinnekap, isheelwyd, platgekruynt, eenigzins gekielt, doch heeft gewronge striemen en knobbels , en is niet gelyk zydig als de andere, 't welkmy doet gelooven, dat het een misgeboorte van den Nautilus is.

IV. HOOFTDEEL.

Cornu Ammonis : Pojlhoorentje.

It is een klein hoorentje in de gedaante van een rams hooren, of gelyk men De Gor-den Godt Hammon aan de oore» schildert , zoo groot als een dubbeltje. n s A mo ~Men zoude het aanzien voor een afzetzel van den Nautilus major , wiens sthreeven.achterste krul het gelykt , welk het echter niet is , maar een geslacht op Nautilus^ lc h zelfs, want het krult zich wel in malkander, gelyk een rams hoorentje, maar de ma J or \§teren hangen niet aan malkander, en zyn gescheiden tot het binnenste tipje toe, daar heel klein.een klein knopje aanziet als een paereltje, of als een neet van een luys. De buiten- gfjsZte,gier heeft de dikte van een middelbaare schaft, buiten rond en recht wit, van voo- z j d j Nren a %ebrooken , binnen doorgaans met veele affcheidzels, in zoo veele kamertjes, ver- xx. n. i.

I ^ deelt j