Buch 
D 'Amboinsche Rariteitkamer : behelzende eene Beschryvinge van allerhande zoo weeke als harde Schaalvisschen, te weeten raare Krabben, Kreeften en diergelyke Zeedieren als mede allerhande Hoorntjes en Schulpen, die men in d'Amboinsche Zee vindt / beschreven door Georgius Everhardus Rumphius : daar beneven zommige Mineraalen, Gesteenten, en soorten van Aarde, die in d'Amboinsche, en zommige omleggende Eilanden gevonden worden ...
Entstehung
JPEG-Download
 

V

RÁRÏTEIT-K AMER. II Boek. toi

X V. Strombus angulosus s ruige Trommelfchroeven r deze zyn zeer ruuw van fat- De r p*Zoen , niet alleen knobbelig en gehoekt, maar ook diep gevoorent, ruig, zonder glansen kalkachtig, dieshalven moeilyk om schoon maaken ; achter hebben ze geen mer-kelyken staert, echter loopt de mond aldaar wat seheef.

XVI. Strombus fluviatilu , Riviernaalden, in 't Amboinsch Sejfu ; in *t Maleitich^k*Sipot ayer , en slecht Sipot. Deze zyn lange smalle Naalden, dun en ligt van schaal, letter/.grauwgroen, of slykverwig, zonder glans of mooijigheit, 4 en y duimen lang, schaars

een vinger dik : een ander soort is kleinder, stomp van spits, en met zwartachtige stree-pen getekent : zommige zyn ook wat hoekig langs de gieren. Men vind ze aan den Dezemond van alderhande Rivieren , daar het slykig is , leggende in het slyk verborgen,daar men ze met menigte uithaalt, en op de markt te koop brengt , want ze geeven gronde».een goede spyze ; zelf het sop daar van word tot het eeten vanPapeda gebruikt : men Wordendient ze echter een halven dag of nacht in versch water te laten leggen, op dat ze hetZand en styk wat uitipouwen ; zy zyn zoet van smaak , doch als men ze eeten wil,moet men van de spits een groot stuk afslaan, en dan kan men ze uitzuigen, of andersmet een speld uithaaien ; haar mond is gesloten met een dun zwartachtig dekzeltje.

XVII. Strombuspalujlris , Amb. Sipot kitsjil , MakkaiT en Maleitsch Börongan , De 17*deze is van gedaante als de Marlpriemen , doch korter , leelyker , slykverwig ,

hieenlyk met een afgebroken spits , binnen wit en glad , en den mond met een dekzelgesloten ; zy houd zich op in de moerassige Zagoeboslchen , op Amboina onbekent,doch zeer wel bekent, en word veel gevonden op Ceram > Boer o , en Celebes -, dezels mede bequaam tot eeten, en word daarom veel gezocht en toebereidt als de voor-floemde.

XVIII. Strombus paluflris lavis , is dik van schaal , hebbende de gedaante van De 18*gemeene Naalden, met een kleine keep aan den hoek van den mond, glad, zwart o///donkerbruin. deze valt mede aan moerassige Rivieren by de wortelen der Boomen, enx yn ook goed om te eeten.

XIX. TerebeUum , een Kuipers-boor , deze tel ik mede onder de Strombi , we- Dei<p*gens haare lange en smalle gedaante, hoewel zy van een byzonder maakzel is, de Koi/et/s!len naarder komende; want zy heeft maar een groote gier, een smalle en-lange mond,en loopt schielyk spits toe, als een Kuipers-boor, of gelyk de spits van een houte Teil :de meeste zyn vaal of lichtbruin, met zwarte streepen en adertjes : zommige met 2war- Van dezete stipjes: men vind 'er ook spierwitte; zy zyn dun, ligt, en glad van schaal, en kun- j///ven uit het water ipringen, als of ze uit een boog geschooten wierden. soorten.

X X. Strombus mangiorum , is een grove Naaide , omtrent een vinger lang , van d<? xost*tuiten ruig, en diep gevoorent, staalgroen en zonder glans, meteen breede lip aan den s oort aan "^ond i hy houd zich op in moerassige plaatzen, daar een harde grond en steenen onder maktter2 yn, by de wortelen van het Mangium caseolare , en aan de steenen daaromtrent; hy T 'ls van geen zonderlinge mooijigheit, word echter, wegens zyn fatzoen, onder de Ra-titeiten bewaart, en van de Inlanders tot de kost gezocht, gelyk den voorgaand en Sipota ïjer.

De Strombi, Naalden, by den Schryver genaamt, zyn by al de Nederduitsche Liefhebbers onder den naam van Pen-nen bekent , die ieder weder haare byzondere benaming hebben. Die met letter A. aangewezen , op de plaat XXX.

"wordgeheeten de dikke Tyger-pen. Die met de letter ij. de dunne Tyger-pen. Die met C. d omwonde Pen. Diebyletter D. de wit geplekte Pen. By letter E. de gekartelde Pen. Die met de letters P, G, H, en I. werden Naalde-pen-nen genoemt , om haar dun-en scharpheit. Die by K. de Snuit-pen. By L. de Kobbel-pen. Die by M. de enkeldeTrommelschroef; van welke noch een andere grootersoort is, die men de dubbelde Trommelschroef noemt. Die byletter N. de gedoomde Snuit-pen. Die by O. word de Westindische Pauze-kroon genaamt, veelligt omdatze daarvan daan eerjl tot ons is overgekomen. Die by P. is ifaSlakke-pen. Die by Q. een Weliindische baftert Pauze-kroon,ligt om dezelve reden als de voorgaande. Die by de letter R. aangewezen , is een andere soort van een Slakke-pen.

Die by S. is de geitippeide Boor: waar van meersoorten zyn ; alsde witte ; gestreepte ; de gevlamde; enz. Endieby letter T. afgebeeldt , word onder de Bandhorens , gerekent. Van deze Pennen zyn noch veele andere soorten ,doch alzoo de voornaamse hier zyn vertoont , moet het den Lief hebberen genoeg zyn.

N 3

XXI. HOOFT-