10 D’AMBOINSCHË
Haar ver - Zy houden zig op aan moerassige plaatzen, daar kleine steentjes en grof zand on-
bly ^' der gemengt zyn, inzonderheit omtrent de wortelen van de Mangiboomen, by déuytgangen van de Rivieren» zoo wel in als buyten liet water: doch is 'er een mer-kelyk onderscheid in de smaak, die verre zoo goed niet is aan die enkel in ’t stykZyngoet Woonen, als aan die in steenagtige plaatzen» en by èen lopend water zich ophouden.
‘Zy worden in ’t gemeen voor de beste gehouden om te eeten. Men vangt ze met dehanden, steektze met harpoenen j doch de meeste kan men bekomen met een vierkantEn hoe ge- schepnet, omtrent een vadem breed, Tejdng genaamt, ’t welk men met de vierworde» boeken aan stokken vast maakt, dat men het opligten kan. Dit Tejang légt men, bylaag water, plat op den grond neêr, aan de kanten meteenige steentjes bezwaarende,en in het midden eenig aas van hoenderdarmen, of Calappuspit. Als het water nu wast,zoo kruypt de Krabbe naar dit aas, en blyft met haare pooten in het net verwart han-gen, het welk men merkt aan de boey tan ligt hout gemaakt, die men aan het netbind en op ’t water laat dryven.
Cancer Saxatiles. Deeze afteekfining ontbreekt , doch de Heer Doctor Ö’ Acquêt heeft ons d' afbeelding toe-- gebonden. Zie de Plaat N°. letter M. K. en Li behoorende tot het IV. Hooftdeel.
Van deezeKrabbezyn tweesoorten , ziede plaatNo. VI.letter N.en O.
I. Cancer
Marinas
Lavis.
Haarge*-
faite.
II. CancerMarinasSalcatus ,ofgevoorde.
Haar ge-falte engrootte.
Onderfcheitvan ’í man-netje en Vwyfje.
Hoe gevanggen wor-den.
VIL HOOFTDEEL.
Cancer Marinus : Caftant Àijam.
Eeze Cancer Marinus , of eigen tlyk Zeekrabbe, verschilt niet veel van dévoorgaande Cattam Batu -, zoo dat ze de gcmcene man ook ónder malkan-der verwart, doch ik heb ieder zyn byzonder Hooftdeel willen geeven. Zyis verdeelt in twee soorten, teweeten: i. Cancer Marinus Ldvis, of effene.2. Cancer Marinus Snlcatus, of gevoorde.
. I. Cancer Marinus Lavis , of effene, is kleender dan dé voorgaande, aan de kantenmaar met zes tanden of spitzen, daar ’ér de voorige negen heeft, die ook scherper, hoe-wel korter zyn. De tangen van de schaeren zyn langer, smaller, en binnen fynder ge-tant. Het schild is aan de meeste effen, uyt den grauwen donker groen. De rest isals aan de voorgaande.
II. Cancer Marinus Sulcatus , wiens Schild een dwars hand lang en breed is, dochaltyd breeder dan lang, is over den schild dwars gevoort, die als ribben uitsteeken,doch niet hoog, zommige draagen ook Schulpen en Oesters op haare ruggen vast ge-groeit. Rauw zyn ze mede donkergroen, gekookt rood, eenparig van coleur, aande kanten hebben ze vyf tanden als een zaage tot aah de oogen, met kleene kortebaarden ; zy hebben acht pooten, waar van de zes voorste in ipitze klauwen eindi-gen , en de agterste in langwerpige blaadjes. De schaeren zyn gevoort en doornag-tig, aan de spits wit, daar agter een zwarte band , het overige als aan’t lyf ; hetmannetje heeft een smallen staert onder den buyk vast } zy komt nooit op ’t Landmaar blyft in Zee, doch word by aflopend water op den strand, in de kuilen en stee-nen betrapt, of anders met treknetten gevangen, en is bequaam tot ipyze. Dochis’t waar, dat de Ervarenheit ons heeft geleeraart, dat’er, onder alle deeze eetbaareKrabben, ook zoodanige zyn, waar van de Eters zich quaalyk bevoelt hebben. Ditgebrek moet men geenzins ’t geheele gestagte toefchr^ven, maar de eene of andereKrabbe in ’t byzonder, díe » by geval, van eenig schadelyk hout of vrucht gegeetenheeft, gelyk onder anderen verdagt zyn de vrugten vanden Arbor excizcars , die zeerwel de korrelen van Cataputia gelyken ; Immers ik weet dat Sardynen en andere Strand-viilen, deze korrelen gegeten hebbende, bevonden wierden bitter van smaak te zyn,en den buyk te ontstellen.
»
Deeze