RARITEIT-KAMER. I Boek. 2;
XXII. HOOFTDEEL.
Vin den Cmee Ui : Cuman.
Eze Wandelaars hebben de gedaante van vooren als een Krabbetje, van agte- Cameiii,ren als een hoorntje» en woonen in vreemde huizen ; daarom ook haaren krabben.ooripronk onzeker ís, gelyk ook haare gedaante. In ’t gemeen zyn ze eenhalve vinger lang, zommige veel grooter, zommige kleender, het voorstedeel des 1 yfs is een Krabbetje, van veel derlei gedaante, zommige langwerpig, zo mmi-Haare ge-ge kort en breed, naar dat het flekkenhuisje is daar ín ze geformeert worden, en hetagterlyf eindigt in een weeke krul, gefatzoeneert als de staert van een Garnael, dochzonder ichaal, en aan 't uiterste des staerts hebben ze ook een vinnetje gelyk de Kreef-ten , waar mede zy zich vasthouden aan den binnensten wervel van het hoorntje. De mmmeene ichaer, gemeen!yk deregter, is altyd grooter dan het geheele lyf, zoodanig naart huisje gefatzoeneert, datze daar mede de deur deszelfs digt konnen stuiten als met hoorns.een schild, en het geheele lyf bedekken , zynde de schaeren van binnen scherpgetant, waar mede zy vast konnen nypen en houden het geen zy gevat hebben. De ^meeste zyn van verwe rookachtig, of aardverwig, met wat paers gemengt, op de ichaeren £gedeehglad en van eenderlei verwe, gelyk die geene zyn, die in de Alikruiken woonen ; andere,die in langwerpige hoorntjes , of inde Turbinatis haar verbly f hebben, zyn langer van lyf en ..Ichaeren, waar van doch zommige glad zyn, zommige haairig of met borstels bezet,en met blauwe puntjes op de schaeren, leelyk van aanzien. Daar zyn'er ook die naarde Beurskrabben zoo zeer gelyken, dat veele gelooven dat de Beurskrabben hier van haa- deWurs-ren oorsprong hebben, 't welk een misgreep is, gelyk ik boven in 't zelve Hooftdeel % a ^ raangeweezen heb. Crumena-
De vleefchagtige staert is aan zommige half doorfchynend, en hebben zy ook haa- .re Eyeren daar onder; als men dien afgeiheden in de zonne legt, zoo zweet daar een een andereolie uit. Haare wooningen zyn allerlei hoorntjes, die de gedaante van Slakken of Alikruik-jes hebben, doch meest in die geene, die wy hier na in 't Tweede Boek, Cochleas Marga- Verlaatenriticas & Semilunares noemen. Een ieder woont in haar eisen hoorntje, zoo lans: tot ^ üar ^ uu ~dat zy groot geworden is, en haar lyf in haar oud huisje niet langer bergen kan, dan te grootmoet zy een ander van 't zelfde fatzoen zoeken, of immers het moet niet veel daarvanverschillen, en wat grooter zyn j dan verlaat zy het oude, en weet zig met den staert andïrl. **zoodanig in het niéuwe te draaijen, daar in te woonen, en daar mede voort te gaan,als of zy daar in gegroeit was.
Als het nu gebeurt dat'er veele over een huisje twisten, wie het bewoon en zal,raa en ze daar over in krakkeel, en vegten zoolang, dat de zwakste de sterkste moetƒ 5 aar den buit alleen laaten, doch dit gevegt valt meest voor onder zooda- twi-nige Cumans , dewelke in Alikruiken of zulk een stag van Slakken woonen j want die in - ^’angwerpige huisjes geformeert zyn, moeten in haare oude huisjes blyven, tot dat zerergelyke vinden , want dewyl ze geen groote ichaer aan de regter zyde hebben , Voorvalonnenze den ronden mond van de Alikruiken niet stuiten. Dit krakkeelig ongedierte ^-tryverheeft my veel verdriet aangedaan, wanneer ikalderhande fraije hoorntjes te bleeken Iti-g&hud.e > zelfs op een verheven bank, daar ze’s nagts wisten op te klauteren-, en deDoch 6 doorntjes met zich droegen, laatende haare oude rokken my ter begluring.den ^otnmige van deze dieven betrapte ik wederom , die by geval een huis had-^en ge regen dat haar te groot was, of een lange staert of doornen hadde, waar me-
e zy niet kosten voortkomen. Als men ze uit haare huizen jaagen wíl , moet , r
men aan de snif- c> . 0 noemen
, , . c P ltze of tagterste van’t hoorn een gloeijend kooltje houden, wanneer zy haar mt
G ltte voelende, daar uit springen, doch zommige laaten zig liever verbranden, de- i e r y^ ntJ
welke