Buch 
D 'Amboinsche Rariteitkamer : behelzende eene Beschryvinge van allerhande zoo weeke als harde Schaalvisschen, te weeten raare Krabben, Kreeften en diergelyke Zeedieren als mede allerhande Hoorntjes en Schulpen, die men in d'Amboinsche Zee vindt / beschreven door Georgius Everhardus Rumphius : daar beneven zommige Mineraalen, Gesteenten, en soorten van Aarde, die in d'Amboinsche, en zommige omleggende Eilanden gevonden worden ...
Entstehung
JPEG-Download
 

;6

DAMBOÏNSCHE

hem zondes schade handelen kan , gelyk de Gember ook de pyn geneest die men van

zyne steeken bekomt,

De tweede soort is groot en plat van schaal, met korte pennen voorzien , die zoovinnig niet steeken als de voorgaande, en hunne pennen zyn veel kotter* die voor Ra-riteiten konnen bewaart worden.

Echinometra Setoíâ. Zie de F laat N°. XI. N°. V. welkers pennen heel dun én fyn zyn , waaromook Zeenaaiden by ons genoemt wórden.

XXXI. HOOFTDEEL,

Vsn den Ecbims Sulcatus. "Doodshoofden.

Echinas soort van Zeeappelen wykt wat af van de gémeene gedaante, Want dezen

verschilt 9 H Echinus is wel mede uit den ronden langwerpig, maar heeft een gemengtvoorgaande 9 J fatzoen van een Zeesterre. Immers op den rugge ziet men de verdeelingHaar ge- van eene sterre,met 5 ongelyke straalen, die vol gaatjes zyn, en daar op vee-

Zi ^orte voetjes veel stekelyker als borsteltjes. De schaal is witachtig * omtrentPlaat de Sterre grauwachtig, dun en zeer breukzaam , zoo dat men ze qualyk handelenìetterC. kan j aan den eenen hoek van de kanten heeft Ze een rond gat, daar qualyk een pink in

kan,t Welk de mond is. By den anderen hoek onder aan den buik, hebben ze een

ander gat overdwars, wiens eene lip naar den buik wat verheven is, zynde de door-gang van de uitwerpzelen ; zoo maaken ook de drie langste straalen van de sterre op denrug drie vooren, Hy word zelden gevonden, heeft noch geen byzondere naam»daarom ik hem by provisie Echimm Sulcatum noeme ; onze Nederlanders noemenhem Doodshooftje. Zyn schaal in den regen gezuivert en gedroogt» word onder deRariteiten bewaart.

i Soort. Noch een tweede soort hier van is wat kleender van dop, uít den ronden, mede^ aa ^ e ' langwerpig, en boven een d warsvinger niet hoog, zonder sterre of vooren op den rugge»Zie de maar met eenen gewoonen mond onder aan den buik. De dop is met veele kleene kor-p/áaí rekjes bezet, en daar op kleene en digte stekeltjes als stukken Van borstelen, grys e#letter D. glimmende als Amianthm , die hy int water opregt, maar uitgetrokken neérlegt. Al 5men hier op trapt, of de handen daar aan steekt, verwekken ze eenen kleenen brand»jeuken in de hand » en maakent lidt rood zonder pyn, De dop heeft aan de#gevonden eenen kanteen rond gat,t welk zyn mond is, zoo dat het voorgaande zynen uitgang i§'worden. Men vind ze veel in den Ambóinzen Inham in de Rivier Weipitoe.

Echinus Sulcatus, By ons genaamt Doodshoofd, Zie de Blaat N°. XIV. letter C. een tweede soort IdPter D. die ook Slange Eyeren wegens haar gedaante , genoemt worden. Wy hebben hier noch toegevoegt eéflgemarmerde , aangeweez.en door N°. I. N°. 1 . is een witte , doch wat uit den qraunven. Zlle déesse utn $het Kabinet van den Heere DoBor dAquet, en N°. ). is onsle wy , om haare verfcheidentheit , noodig oordeelden hier by te voegen.

XXXII. HOOFTDEEL.

Van den Echinus F lams. "Pannekpeken en Zeeréalen.

EchinusPlanus.Zyn 3 foor*

ten.

D

Eze Echinus wyffèlt mede tuiïchen een Zeeappel en een Zeesterre, dies| onder beide kan getrokken worden, waar Van ik drie soorten aangemerk fhebbe. i. De eerste, die men Zeeréalen noemt, is rond, in den sDiarnet^een hand breed, aan de kanten dun, in de midden een schaft dik, wkachciê