iVà'aHm
dezelve
Byzantin
genoemt
word,
IVordbyde Chinee-zen vooreen geneesmiddel ge-bruikt.
De Co-shlea Glo-bosa be-schreven.
Waar*van ver-scheidensoortenzyn.
De eerstsoort , ziede plaat
XXVII.
letter A.
Haar ge-daante be-schreven.
Onder-vindingvan denSchryver.
De 2,-t-soort, 'ziedezelve
‘ De 3 dcsoort , aan-gewezen, met letter
c.
po v AMBOINSCHE
andere plaátzen öp, daar goeden Onyx valt 5 te weten, van ganich Jemen , of Geluk*kig Arabien, Bacharyn , en het ilot Abadan by den Tigris gelegen, BaJJora , en meeshavens vaii den Petììschen Golf.
BjzMtiUm 0 f Èyza'cium , daar de Blatta ìiaaren marri váii heeft, is naar ’t getui-genis Ván ‘Pïinitk > Lib. 4 . Cap. f. een Landschapje geweest in Afrika , by de kleineSyrtes , door dé Libypbètikkrs bewoont, daar eertyds de steden Leptis major en Minor ,AdruWieiïm > Rufpina en Tapsm stonden , hedendaags vind men de stad Mahnmetadáár ; van de vöbrfclireve plaatzen dán sehyrit het, dat men eertyds de Blatta Byzanti -'na gebragt heeft. By de Ghinëezen is de groote ronde Ungnis Lept , komende vanden Murex Yamôsm , gebrriikélyker tot de geneeskunst , dan tot reukwerk ; hy word' gepülverlzeért met andere heelkruiden , in d' Oly Maju gekookt , en daar uit eenwondzalve gemáákt. De VtidrschreVe Murex ramosm word in ’t Chineefch genaamt TsohilLe i dát is , Ilfet doorenachtig Koorentje, en valt in de zee voor Quantung grooter,dan in Amb'oina : Deze Ungnis alleen is by hun lieden bekent.
Uaguis ódórâtus , Wórd by ons Blatta Byïantia genaamt ; zynde dekzels van Hoorn-Jlakken. De Schryver heeft hiergeene afbeddingen van gegeven, echter hebben wy , er voor den Liefhebberen, die dezelve niet mochten kennén, vier'byzohdére en Wél de voornadmpe idtén aftékefien-, die te vini&n zyn op de pltidt XX. by N. Z. ƒ•. en 6.
XVIII. HOOFTDEEL.
Cachlea Gloh&fœ .
Et Vyfde hOofdgMáchî Vàn de Eénschaalige Koorentjes begrypï die geène,welke ëdn rónde hgutir óf gedaante hebben, de gemeene Slekken naast ko-^ mende i, áïs metfe noch eeriige awdere , die van de ronde gedaante wat afwy-‘keh , en alle t’ záàtmenòridér 'dè Cbchieds'Globosas gerekent worden j bestaan-de in de volgende bekende sóórten.
I. Cochlea jlriata Jive olearia. Mal. -Bia mïnjüc ,, dezie is meest recht rond, met eenrëdelyke wyde mond, langs de gieren met uitsteekende ribben, en aan den rand van den
mond gekartelt, van kölëür licht paers, met grauw gefnengt, doch op de ribben metveel bruine plekken gefpikkelt, gemeenlyk ècn vuist groot, doch de meeste zyn van eeneenparige koleür zonder spikkels : deze Sïük word 'veel gebruikt by dè Amboineezen
om de Kilappës Oly af te scheppen , wannéér dezelve gekookt Wörd, waar van ze denaarn heeft : dóch hiér toe vërkiest men zoodanige , die dun ván rand of föhaal zyn»'Het Dier daar in heeft geen dèkzel’, máár legt bloot gel yk andere Slekken, en zyn ei-jers jFavus') is óen klomp van verwarde , dikke én witte draaden, díe men zomtydsaan den mond ziet hangen , waar Vin échter geen Jongen komen.
In ’t jaar 1 66 j. heb ík fuik éeii KOorén gevonden , geen Dier in hebbende , met
éen ilymerige huid ö vertrokken , maar garifch gevuld met een Melicerap of Eijerstok,bestaande uit ontelbaarc witte takjes, lós aan malkander hangende, en bezet met wittedoorlchynende korreltjes , zoo^groót als gerst , doch langwerpiger en ichier alle getc-kènt mét r zwarte stipjes , als öf ze de Oögën van een Dïèr Avilden worden ; de takkengeleken hét Liihiïdenâmm càlca,riuin , Waar úit mén'kalk brand. Deze Hooren word byde hedendaagfche Grieken genaamt Cocholi batarp dat is , Gochlea peldgia.
I I. Cochlta jlriata alteray ís kleirider en dikkér van schaal, de dikke en tonde rib-ben zyn onderscheiden met héél kleine Vöoreils , bruingeel , en "mét witte oogen ; -demond xs nauw , met èen dikke én zéér gekartelde faridi men noemt ze de diklippigeölyhooren.
I I I. Cochieapennafa. Nëerd. Patryzen. Mal. Bm Uulit bMHang , is een wydmomdige Slekke met weinige gieren, enèeii duhhelèbaal, Ee lichtbruin en wit geschildert is >gèlyk de Veèrén Van een Hden of Pâtrys.
IV. Co-