It tempel-ken is rede3lijcken cleyne/ gemaect van ghebacken steenen/ endeis ghemeten met deonde Koomsche pal-me de lingde vanderlogen houdt veertichpalmen / ende die breededaer af houdt sestienpalmen: die duere iswijdt thien palmen:de niechen binnen zijnalle van eender wijd-den te wetene vanvierthien palmen: despatie tusschen de niechen is van ses pal-men: de reste is wtenghesichte ghemeten /te wetene dat ick dehoochde vanden pa-uimente tot onder dearchitrabe statte opveertich palmen: endede architrabe priseende cornice van ne-ghen palmen: endevan der resten dochtmy dat/ alsmen denketele oft dat rondtweiffele / een palmeopstaens toegaue/ sosoude die gheheelehoochde in als com-men van tseuentichpalmen te sijne.
Dat derde Boeck
Tvierde Capittel.
Fo.xxv.