Sebastiaen Serlius totten Lesers.Oede leser/ nadien dat ick bereydt hebbe eenige regulen inde Architecture/ meynende datniet alleenlijck de hooge sinnen en hebben te verstane / maer dat oock elck middelbarigeverstant die mach sijn begrüpende/ na dat het meer oft min sal geneycht sijn tot sulckenconste: de welcke regulen sijn in seuen voecken gedeelt/ so hier onder sal beteeckent wor-den. Maer midts dien dat dese conste dat eyscht/ so hebblick willen veghinnen desen vier-den boeck wt te geuen/ den welcken is meer tot propoost ende nootsakelijcker/ dan de an-dere/ om de kennisse van menigerleye manieren van Edificien/ ende cierheden der seluer.Ten eynde / dat een yegelijck mach hebben eenige kennisse van deser conste/ de welcke nietmin genoechlijck en is den sinnen die dencken op tgene datter te maken is/ maer oockvoerde oogen als sy gemaect is. Welcke const duer de cloeckheyt vanden befaemden ende excellenten geesten nusijnde/ so bloeyt in dese onse tijden/ ghelijck de Latijnsche sprake / ten tijde van Julius Cesar ende Cicero/ dede.hierwacht dan met blijder en edelder herten / ten minsten den wille (oft deffert niet en volcht) dien ick voerwaerseer groot gehadt hebbe om v te voldoene in desen arbeyt.Anden eersten boeck sal ick tracteren vanden beghintselen der Geometrisen/ ende van diverschen duersnijdin-gen der linien/ also vele dat de Architeit sal mogen goede redene geuen van al tgene dat hy wercken sal.Inden tweeden/ sallick betoonen int beworpe ende in woerden so vele vander Verspectiuen/ dat willende/ hysal mogen openen sijn concept oft voernemen in een sienlijck beworp.Inden derden salmen sien de Schnographie dats den gront/ de Orthographie dat is depgerechte van voren/de Stenographie oft Schographie dats het insien duer tvercortten vanden meestendeel der Edificien die in Ro-men sijn/ in Italien/ ende daer buyten/ nernstelijck gemeten/ ende daer by in schrifte gestelt die plaetsen daerse sijn/ende haer namen.Inden vierden die desen is/ salmen tracteren van viue manieren van Edificien/ ende van haren ornamenten/ alsThuscano/ Dorico / Lonico / Corinthio/ ende Composito/ dats te seggen/ gemengt. Ende met dese wort byna omvangen de heele const/ duer de kennisse van diuerschen dingen.Inden vijfsten sallick seggen van veelderleye manieren der Tempels/ geteekent in diuersche formen/ te we-tene / rondt/ viercant/ sescant/ achtcant/ eywijs/ ende crupswijs. Met haren gronden/ hoochden/ ende vercortten/neerstelijck ghemeten.Inden festen sullen wii seggen van allen woningen diemen hedendaechs gebruycken mach/ beghinnende vanaen tsnooste huysken oft hutteken soe wijt noemen willen/ ende van grade tot grade veruolgende tot aen dalderrierlijxste palays van Princen/ so wel op dorp als int stadt.Inden seuenden en lesten/ sal besloten worden veelderley accidenten oft toevallen/ die den Architect gemoetenmogen in diuersche plaetsen, ende vremde manieren der gelegentheyt/ ende int hermaken oft repareren vanden huysen: ende hoe wij te doene hebben om ons te behelpene met die andere Edificien/ ende dier gelijcke dingen die inwesen sijn/ ende die oock tander tijden int werck gestaen hebben.Rudan/ om bat voorts te gane met redelijcker manieren/ sallick beghintsel ghenen vande grofste ende minstgetierde ordine / dat is/ vande Thuscant / die de voerachrichste is/ ende de stercxste/ oock van minder teerderheyt en-de gracelijckheyt.Je Antiquen (so ons Vitrumius leert) dediceerden de Edificien den Goden/ die hun toevoegende na huerEnature/ sterck oft teerder: ende also is de forme diemen heedt Dorica/ toegescreuen den god suppitet / dengod Mars/ ende den stercken Vercules, dese sulcken forme van eenen stercken man nemende. Ende de formediemen heet Jonica/ is toegescreuen der goldinnen Diana/ den god Apollo/ ende den god Bacchus: dese nemendevande matronale forme dat is van eender cloecker vrouwen die deel heeft vant stercke ende teerdere. want Bianamidts vrouwelijcker natueren is teerder / maer duer dexercitie der iacht/ isse sterck: desghelijck Apollo duer sijnschoonheyt is saechte / niettemin is oock sterck/ midts dat hy een man is: tselue seggick van Baccho. Maer demaniere der Cornithia/ genomen vander maechdelijcker formen / wildense toegeschreuen hebben der goldinnenVesta/ een ouerste der maechden. Maer in dese tegenwoordige tijden dunct my goet te procederen duer andermaniere/ niet vervremdende daerom vanden Antiquen voers. Mijn meyninge is (achtervolgende de costumenvan onsen kerstenen) dat ick (also verre als ick vermach) sal toeschrihnen deheylige Edificien na yegelijx wesen,Gode en sijnen heyligen: Ende de profane / dats dongewijdde edificien/ so publique/ so priuate/ sallick toeschriuenden menschen/ na yegelijcx staet ende professie. So seggick dan dat de maniere Thuscana (na mijn duncken) be-hoorlijck is tot stercten/ als tot poorten van steden/ tot casteelen/ tot plaetsen om schatten/ munitien/ ende artigle-tijen te bewarene/ tot geuangenissen/ tot hauenen der zee/ ende andere dier gelijcke totter oirlogen dienende. hetis wel ware dat het voersche werck/ te wetene / dat met diuersche hindingen van steenen ruwelijck gebootseert/ende sommige oock van desen gemaect met eenige teederheyt/ tot behagen dat de steenhouwers daer in gehadthebben / is somtijts byden ouders gemengt geweest onder Doxica/ ende oock somtijts onder Jonica ende Co-rinthia. Niettemin midts dat (inder waerheyt) de Thuscana de rouste ende minste gecierde van allen den ande-ten is/ so dunct my dat de dorpsche meer ouercompt ende gelijckenis heeft met der Thustana dan met eenigheandere: het welcke men claerlijck merct onderhouden geweest te sine vanden Thuscanen/ also wel binnen haerlieder ouerster ende principaler stat florentsen / al buyten opde dorpen / in so grooten ende schoonen edifitien endevij
zuletzt gesucht
- Noch keine Suchworte
Letzte Trefferliste
Die letzte Trefferliste besteht aus Ihrer letzten Suche, samt Filter- und Sucheinstellungen.
AnzeigenSchliessen
Buch
Den eersten boeck van Architecturen : [aus dem Italienischen ins Niederländische]
JPEG-Download
verfügbare Breiten