Van de Dorica.Sijnde de deelinge der Trigliphen ende Methopen/ in dese ordine onghereet nochtans seer van noch,de/ so sallick arbeyden om die te vereleeten so vele als in my is. So segghick ten eersten/ dat hoe welden text Vitruuij seyt/ dat de Modellen vanden wercke hexastilos/ dats van sesse colommen/ willen3ghedistribueert oft wtgedeelt zijn in .xxxv. / soe en vinde ick daerom niet dat de deelinge also staenmach/ ende dat daeromme: want willende de middelste intercolomnie vier Nethopen geuen/ ende danderspatien drije / dat gheseyde ghetal en machs niet wimaken/ maer so vele als ick considerere/ willen.der xlij. zijn/soomen in dese navolgende figure sien mach ende rekenen. Also oock int werck Thetrastilos/ dats vanvier colommen/ seyt den text / dat den voertooch vanden geheelen wercke/ soude ghedeelt zijn in xxiij. / dwelcke sieniet staen en mach/ willende der middelster spatien vier Methopen geuen/ ende dander twee elck drije Methopen: maerby minen auijse/ behoorender seuenentwintich te syne / gelijckmen inde volghende figure oock sien mach.Als dan dat voerste des Tempels in seuenentwintich gedeelt is / twee modellen sal de colonmedicke zijn. De mid,delste intercolomnie sal van acht Modellen zijn/ dats van vier colommien dicte: die intercolemnien besydensullen elck van vijf en haluen zijn/ dats twee ende een quaert ende een half quaert: ende also sullen de seuenen-twintich ghedistribueert zijn. Ende bouen elcke colomme zijn Triglijf ghesedt sijnde / ende Origli-phen met Methopen gedeelt nade voergegheuen regle/ so sal de middelste spatie vier Metho-pen hebben/ ende die ter syden sullender drije hebben. De hoochde vande Colomme / Ca-pitel/ Architrave etc. sullen nade voers regle gemaect worden. Maer de hoochdevanden Fastigio/ oft gheuel/ sy dat neghenste deel vande lingde der Cima-tien die vouen de Corone is: settende de mate onder die A. tot vouen aende onderste Cimatie der Coronen b. Die Actoteria oft pedestaelkesgheteekent a/ op dat Fastigium/ sullen hooge zijn vande helftdes Fastigij oft gheuels/ te wetene/ van het effene oftplatte dat Vitruuius Timpanum heedt: voer sul-lense breet zijn gelijck de colomme vouen is/ende de middelste sy dat achtste deel hoo-gher dan dandere. Ende om datdie deure oft poorte van de-ser Dorica oock quaette verstaen is/ so salick in schrifteen figu-rentoonenso vele als ickeraf verstae. Den textVitruuij seyt dat van denpauimente tot de lacunarij dat is vanopde terdtdergalerientot ond dat welf-sel oft den hemel ond A.gedeelt wordde in drij deelenen half/ ende twee deelen sullen voerdehoochde des lichts zijn/ also seyt den textna mijn duncken. Maer om datmen in cleyne fi-guren niet so wel toonen en mach de particulaer maten/soe sal ickt int nauolgende blat grooter ende perfecter setten.
zuletzt gesucht
- Noch keine Suchworte
Letzte Trefferliste
Die letzte Trefferliste besteht aus Ihrer letzten Suche, samt Filter- und Sucheinstellungen.
AnzeigenSchliessen
Buch
Den eersten boeck van Architecturen : [aus dem Italienischen ins Niederländische]
JPEG-Download
verfügbare Breiten