Buch 
Den eersten boeck van Architecturen : [aus dem Italienischen ins Niederländische]
Entstehung
JPEG-Download
 

Den vijfsten boeck van veelderleymanieren van templen.CDat. xiij. Capittel.Oe wel datmen in kerstenrijcke vele ende diuersche formen van templen ende kercken sei-30 wel Antike als Moderne / nochtans midts dat ick voortijts beloeft hebbe sommige ordi-nantien daeraf te toonene/ om tgetal van mijnen boeken te voldoene/ soe willen wij vandeseluen tracteren/ ende in dbeworp ten minsten twaelue verscheyden manieren van templosetten met haren gronden ende maten. Ende om dat de ronde forme de perfectste van allees/ so sallick daer aen beghinnen. Maer al eest dat in onsen tijden/ het sy duer cleyn deutie/oft duer vreckheyt vanden menschen/ geen groote kercken meer begonst en worden temakene / Ja datmense noch niet en volmaert die voertijts beghost zijn: zo sal ick die mijne zucleyne maken/ als zij souden mogen in redelijcker wijse passeren/ op datse met cleynen tostin corter tijt souden mogen volmaect worden. Den Diameter dan van desen gront sal alsoe lanck als hooge zijnnade figute vanden circule/ te wetene van tsestich voeten. Die ditte vanden muer/ sal van rvierendeel des diametenzijn dats van vijftien voeten/ op datmen daer gemackelijck die capellen binnen maken mach. De welcke capellensullen twaelf voeten breet zijn. Die Niechen tusschen die pilaren/ sullen vier voet breet zijn: die andere bin-nen den inganck/ ende vande drij capellen/ selen ses voet en haluen breet zijn. Ende om den cost van steenende calck te sparene/ toe salmen van buyten tusschen de capellen die groote Nirchen maken/ derwelcker breedde sal commen op vijftien voeten. Desen tempel staet verheuen vander eerdenten minsten vijf trappen/ ende al waert noch hoogere ten waer niet quaet/ wandt dateertrycke verhoocht met der tijt/ alsoe datmen in veel oude templen ende kerckennederwaerts terdt / daermen voertijts opgeclommen heeft: maer die trap-pen willen altijts onpaer zijn/ nade leeringhe van Vitruuio daer hy vanden templen spreect/ op dat (seyt hy) alsmen metten rechten voetbeghint te climmene/ men hem metten seluen rechten voet opdat paueytsel des tempels vinde. Aengaende den fon-damente/ zoe en canmen niet gefaelgeren datmentdiepe ende breedt make/ maer die minste breedediemen onder soude mogen leggen es dese/datmen vanden Diameter der dictendes muers een perfect viercantmake / ende den Diagonusvan dien viercante salde breedde vandenfondamente desmuers onderzijn. Alsodunctmy dathetVitruuius bescrijftdaer hy van fonderenspreect. Maer aengaende detstoffen des fondeersels in vastenoft herden gronde/ ende oockin waterachtigen gronde /en behoeuick hier niette verhalene/ midtsdathet allemanbekendtes.