1825
Dat derde BoeckTvierde Capittel.EeKaswänelltä2Den gront des Amphitheaters van Polen.Ot pola een stadt in Dalmatien isdie amplitheatre in dmiddel vanderstadt ende 16 noch zeer gheheel / dewelcke edificie ey heeft anders nietdan den eersten vfuegel van buyten /met de vier conterforten elck van drysichpilasteen gemaect / de wesche ick ghe-sooue datse tot stercten gemaect wa-rey / midts dat desen muer atdus verlaten alseene stont/alzoe dat vander edificien binne niet met allen gemaecten was dande buytenste mueren met zijnen doghen gheteeckent met A. maer duer aengheuinghe van sommigengaten die van binnen inden muer staen / machmen geloo-uen datmen daer de graden ende sidtplaetsen van houtemaecte als zij huer feesten ende spelen hielden: diesniet-temin / tot een ciraet vander figurey hebbick dat deel väbinnen daer inne gheteeckent / alzoe ment soude moghenmaken nae mijn auijs. Dit amplitheatre was met eenenmoderney voet gemeten dey wescken hier ond den grontstaet: de wydde vanden doghen / is neghey voet en tweeoncey / maer de vier principale doghen / zijn vijftien vorten wijt: den voertooch vanden pilasters is vier voet entwee oncey: den platte pisaer / 16 breet twee voet en tweeoncey: dus commen de pilasters op elcke zijde eenenvoet breet: de pilasters inde zijden / houden vijf voet endry oncey: tusscen die pisasters vande conterforten endedander pilasters / is dry voet en vier oncey.inen
Fo.XXXvij.